Geen figurant in Balkenende-show

De nieuwe vorm van de wekelijkse persconferentie van de premier is een goede stap naar heldere verhoudingen tussen kabinet en journalistiek, meent Frank Vermeulen.

Het besluit van minister-president Balkenende (CDA) om zijn wekelijkse persconferentie te verplaatsen van het perscentrum Nieuwpoort naar zijn ‘eigen’ ministerie van Algemene Zaken, heeft in journalistieke kring voor beroering gezorgd. Het lijkt een wat interne, Haagse discussie, hooguit van belang voor vakbladen. Maar de wijze waarop de ministerraad wekelijks zijn besluiten naar buiten brengt, raakt aan de openbaarheid van bestuur en is dus relevant voor alle burgers.

Het Genootschap van Hoofdredacteuren, waarvan de hoofdredacteur van deze krant overigens geen lid is, heeft deze week protest aangetekend tegen het unilateraal afgekondigde „einde van een ritueel”. Friso Endt deed dat vorige week vrijdag op deze pagina ook. Kern van de bezwaren is dat de parlementaire pers de regie over deze persconferentie nu is kwijtgeraakt. Want sinds 37 jaar, zo memoreert Endt, was de premier na afloop van de ministerraad te gast in Nieuwspoort bij de Parlementaire Persvereniging. Dit is het gilde van in Den Haag geaccrediteerde journalisten.

Het ‘ritueel’ bestond uit twee delen: eerst mochten schrijvende journalisten de premier ondervragen, dan verslaggevers van radio en tv. Sinds afgelopen vrijdag is die onderverdeling afgeschaft en wordt de persconferentie in haar geheel live uitgezonden op het digitale tv-kanaal NOS politiek24 (via internet te zien op www.politiek24.nl).

Volgens Endt wordt door dit kabinetsbesluit de onafhankelijkheid van de media in Nederland bedreigd. Deze veteraan in de journalistiek meent zelfs dat „eerdere generaties hiervan misschien beter op de hoogte waren”. Endt, en ook de door hem geciteerde Telegraaf-journalist Kees Lunshof (voorzitter van Nieuwspoort), zeggen dat de regie nu is overgegaan in de handen van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD).

Feit is dat journalisten de regie helemaal niet hadden. Feit is dat de RVD al sinds jaar en dag de wekelijkse persconferentie van de minister-president leidde. Feit is ook dat Balkenende en diens voorgangers al heel lang geen splinter extra informatie geven in het zogeheten ‘informele’ deel met de schrijvende pers.

De gekozen constructie waarbij de premier zogenaamd te gast was bij de Haagse journalistenvereniging, diende er voornamelijk voor om niet-geaccrediteerde journalisten te kunnen weren. Journalisten van de „eerdere generatie”, waar Endt over spreekt, waren zo zelf verantwoordelijk voor deze inperking van de openbaarheid in een Haags informatiekartel. De rest is valse romantiek.

Sommige parlementaire journalisten vrezen dat zij nu ongevraagd figurant worden in een wekelijkse mediashow van de premier. Als dat gebeurt, hebben zij dat aan zichzelf te danken. De premier heeft tijdens een live uitgezonden persconferentie minder ruimte om met geschmier of nietszeggende antwoorden onder scherpe vragen uit te komen. De nieuwe vormgeving van de wekelijkse persconferentie is een goede stap op weg naar heldere en zakelijke verhoudingen tussen kabinet en journalistiek.

De volgende stap moet zijn openbaarmaking van de agenda van de ministerraad om de transparantie van het landsbestuur verder te vergroten. Nu krijgen parlementaire journalisten de onderwerpen die aan de orde zullen komen tevoren desgevraagd ondershands.

Maar deze informatie is niet het eigendom van de Rijksvoorlichtingsdienst, of van journalisten. Burgers hebben er recht op, behoudens bijvoorbeeld gevoelige gegevens en staatsgeheimen, zo volledig mogelijk rechtstreeks te worden geïnformeerd.

Frank Vermeulen is politiek redacteur van NRC Handelsbad.

Het artikel van Friso Endt is na te lezen op www.nrc.nl/opinie