Europees akkoord over klimaatbeleid

De Europese Unie legt zich vast op een radicale wijziging van het energieverbruik. In 2020 moet een vijfde van de totale energieconsumptie in de Unie bestaan uit groene energiebronnen zoals wind, water en zon.

Daarover werd vanmiddag op de Europese top van regeringsleiders in Brussel een akkoord bereikt. Eerder waren de regeringsleiders het er al over eens dat in 2020 de totale uitstoot van het broeikasgas CO2 met twintig procent moet zijn verminderd ten opzichte van 1990, dat als ijkjaar in het Kyoto-protocol (over het terugdringen van broeikasgassen) wordt gebruikt. De regeringsleiders willen ook, zoals eerder duidelijk werd, dat in 2020 ten minste 10 procent van alle olie en diesel in de vervoerssector moet bestaan uit biobrandstoffen, gemaakt van bijvoorbeeld tarwe, maïs of palmolie.

De Europese Commissie gaat nu wetgeving voorbereiden waarmee het gebruik van groene energie in 2020 werkelijk kan zijn bereikt. De lidstaten van de Unie zijn verplicht aan het plan mee te werken.

„Hiermee worden wij een mondiale pionier”, zei de Duitse bondskanselier Angela Merkel, op dit moment roulerend voorzitter van de EU. Ze toonde zich zeer tevreden en sprak van „een ambitieus en geloofwaardig doel”.

Volgens voorzitter Barroso van de Europese Commissie heeft het besluit vergaande consequenties voor de Europese energiepolitiek. Het is nu aan de commissie om voorstellen te maken hoe de lasten per land moeten worden verdeeld. Dit kan nog tot forse onenigheid met de lidstaten leiden. De doelstelling van 20 procent groene energie is een gemiddelde voor de totale Unie.

De regeringsleiders verschilden aanvankelijk van mening over het verplichtende karaker van de afspraak. Vooral de Franse president Chirac was hier fel tegen gekant. Frankrijk is binnen de EU één van de landen met het grootste kernenergieverbruik. De Fransen beschouwen kernenergie als groene energie. Maar volgens de voorstellen van de Europese Commissie mag kernenergie juist niet worden meegerekend.

Merkel zei vanmiddag op de persconferentie over groene energie: „Dat zijn hernieuwbare energiebronnen en niets anders.” Daarmee sloot ze kernenergie nadrukkelijk uit.

Vanwege de politieke gevoeligheid van het onderwerp in de lidstaten onthouden de regeringsleiders zich van een uitspraak over de wenselijkheid van kernenergie. „Elke lidstaat moet zelf beslissen of hij al dan niet een een beroep doet op kernenergie’’, aldus de gezamenlijke verklaring na afloop.

Bij het vaststellen van de energieplannen per lidstaat zal gekeken worden naar de „energiemix” in de diverse landen. Daarbij kan dus ook kernenergie – niet hernieuwbaar maar wel CO2-vrij – een rol spelen. Dit wordt beschouwd als handreiking aan de Fransen. Zij kunnen zo toch op de een of andere manier rekening houden met hun hoge kernenergieaandeel.