Een toegewijde kameleon

De Franse filmster Isabelle Huppert wordt al sinds het begin van haar carrière geportretteerd door prominente fotografen. Een tentoonstelling van deze foto’s reist de wereld rond. Nu was Rineke Dijkstra aan de beurt voor een fotosessie met Huppert.

Rineke Dijkstra is net terug uit Hollywood. Ze voelt nog de sporen van een jetlag. Ze was er in opdracht van The New York Times. De krant maakte een speciale bijlage over de Oscars met portretfoto’s van een aantal genomineerde acteurs en actrices. Er werden beroemde fotografen voor ingeschakeld. Dijkstra was er een van.

Wat betekent dat, een beroemd fotografe zijn?

Het betekent niets. Of liever: het beïnvloedt Dijkstra niet. Ze werkt zoals ze altijd gewerkt heeft: met een 4 bij 5-inch camera, twee statieven en drie kleine flitsers. Ze moet al haar apparatuur zelf kunnen dragen, dat is de voorwaarde. Een auto heeft ze niet. Van grote luxe houdt ze niet. Ze houdt van kleinschaligheid.

Beroemd zijn betekent vooral: op pad zijn. Dijkstra is nu 47, en ze is vaker en langer op reis dan ooit eerder in haar leven. Het afgelopen half jaar was ze bijna onafgebroken weg van haar huis in Amsterdam. Zelfs katten houden lukt niet goed; ze heeft er een stel gehad, maar die werden ziek, en dan gaat het mis. Ze is er te weinig. Met haar vriend heeft ze al dertien jaar een „soort latrelatie”. Hij reist niet vaak met haar mee; het gaat veel beter als hij zijn eigen leven leidt. Hij is schilder.

Beroemd zijn betekent dat mensen haar naam kennen. Dat is prettig. Behalve in Brussel en in Berlijn heeft Dijkstra sinds zeven jaar ook een galerie in New York, Marian Goodman. Als ze daar een opening heeft, zoals onlangs, komen er verzamelaars en mensen van musea op haar af. Dat gaat vanzelf. En als ze een kind tegenkomt dat ze wil fotograferen, zoals nu voor haar serie over parken in allerlei landen, dan kan ze zeggen: vraag aan je moeder of ze me even googlet, thuis. Dan komt het meestal goed, en mag het kind voor haar poseren. Locaties krijgt ze ook makkelijker geregeld.

Beroemd zijn betekent ook: steeds meer andere dingen moeten doen dan datgene waardoor je beroemd werd. Dijkstra wordt overladen met aanvragen: voor interviews, voor groepsexposities. En omdat ze wil weten „wat er aan de hand is” en geen agent of vaste assistent heeft, handelt ze het meeste zelf af, inclusief het controleren van bijschriften en andere teksten over haar werk. Andermans interpretaties van haar foto’s zeggen haar weinig; de een noemt ze „onschuldig”, de ander „meedogenloos”. Om tot rust te komen leest ze wel eens twee weken haar e-mail niet, maar dat is geen echte oplossing. Ze moet vaker nee gaan zeggen. Er moet meer structuur komen.

Een fotograaf kan zijn eigen roem gebruiken als lokaas voor de roem van anderen. Sterfotografe Annie Leibovitz is daar misschien wel het duidelijkste voorbeeld van. Op Leibovitz’ portretten van sterren is de roem inmiddels een onzichtbare, maar niet meer weg te denken derde speler, het verbindende element tussen voor en achter de camera. Dijkstra houdt ook van sterren, ze kijkt graag naar Madonna en Kate Moss. Maar ze hoeft ze niet per se te fotograferen. Dat vermoedde ze al, en sinds de Golden Globe-klus weet ze het zeker.

The New York Times had haar gevraagd voor foto’s van twee actrices. De ene, al wat ouder, besloot na een paar proefopnamen plotseling dat ze die dag niet op de foto kon, omdat ze last had van haar ogen. De andere, jonger en vriendelijker, kwam naar de studio met haar moeder, haar kinderen, hun nanny, een visagist, twee stylisten en een enorm rek met kleding. Dijkstra’s plan om haar in een simpele witte blouse te laten poseren verviel; in plaats daarvan was ze getuige van een geslaagde filmsterrenact. Het deed Dijkstra denken aan de zakenlui die ze eind jaren tachtig voor het blad Quote fotografeerde. Voor die mannen draaide alles om hun kracht, hun zakelijkheid; bij filmsterren draait het om schoonheid, perfectie. Beide soorten poses sluiten toeval en kwetsbaarheid uit. En daar houdt Dijkstra juist zo van.

We zijn onderweg naar een

volgende filmster, in Parijs. Isabelle Huppert wordt al sinds het begin van haar filmcarrière door beroemde fotografen geportretteerd. Nu reist er een tentoonstelling van haar beeltenissen de wereld rond, met een bijbehorende catalogus: Isabelle Huppert, Woman of Many Faces. In april komt de tentoonstelling naar het Fotomuseum Den Haag, aansluitend op een retrospectief van Hupperts films in het Filmhuis Den Haag.

Richard Avedon, Robert Doisneau, Herb Ritts, Henri Cartier-Bresson, Nan Goldin, Juergen Teller: de lijst van medewerkers aan boek en expositie leest als een galerij der groten van de hedendaagse fotografie. Maar het zou een loos, ijdel project kunnen zijn, als Huppert niet zo’n genereus en toegewijd model was. Ze lijkt bij elke foto in de richting van de fotograaf te verkleuren: van ijskoningin naar wulps meisje, van vriendelijke echtgenote naar cynische minnares.

Er zijn ook constanten. Huppert lacht zelden, en haar bleke huid vol sproetjes lijkt elk licht dat erop valt op te zuigen, totdat er ruimte is voor haar ernstige, groen-blauwe ogen. Intelligente foto’s zijn het. Als alles goed gaat, kan er na vanmiddag ‘een Rineke Dijkstra’ aan worden toegevoegd.

Van de meer dan tachtig films

die Huppert gemaakt heeft, kent Dijkstra er twee goed: La Dentellière, haar doorbraakfilm uit 1977, en La Pianiste van Michael Haneke uit 2001. Aan Ronald Chammah, de drijvende kracht achter het project en Hupperts vriend, heeft Dijkstra van tevoren gevraagd of ze haar foto bij een witte muur mocht maken. Verder weet ze niets.

Spannend elke keer toch weer, zegt ze, terwijl we haar statieven en flitsers door de gangen van de Parijse metro zeulen. Hoe had ze dit in haar eentje moeten doen? Er zijn hier geen liften. Onze bestemming is in het zesde arrondissement. In Chammahs laatste e-mail stond ook een code, voor de buitendeur. We vermoeden dat het Hupperts woning is.

Het is haar woning. We worden opengedaan door Chammah. Hij schenkt thee. We houden zo van uw werk, zegt hij tegen Dijkstra. We hebben genoten van uw tentoonstelling in het Jeu de Paume.

Dank u, zegt Dijkstra. Ze bladeren door de catalogus en door een recent ‘art issue’ van Vanity Fair, met ook Huppert in een groot portfolio van Robert Wilson.

Het gaat ons bij dit project om de fotografie, zegt Chammah, voordat Huppert zich nog heeft laten zien. Ze zal zich wel aan het mooi maken zijn; van assistenten of visagisten hier geen spoor. Als locaties voor de tentoonstelling werden alleen musea en galeries geaccepteerd, vertelt Chammah, geen filmhuizen. Dat zou het verkeerde accent geven.

Huppert komt binnen

en schudt Dijkstra de hand. Wat leuk om u, om ú te ontmoeten. Huppert is een kleine, fijne verschijning. Ze heeft twee vlechtjes in d’r haar, en draagt een zwart coltruitje. Ze zegt niet veel; ze lijkt verlegen. Af en toe staat ze op en bemoeit zich even met haar twee zoons, die elders in huis de zondag doorbrengen.

Chammah toont de kamer van hun dochter. Vindt Dijkstra dit een goede plek voor de foto? Ja, zegt Dijkstra, hier kan het. Er is een wit stuk muur, er valt genoeg daglicht naar binnen, en het is de eerste kamer in het huis die niet tot een graadje of veertig is opgestookt. Dijkstra bouwt haar instant-fotostudio op.

Het poseren voltrekt zich in diepe rust. Geen muziek, geen gedoe. Huppert zit, staat en verstilt, terwijl Dijkstra haar met korte kreetjes aanstuurt. „Yes. What you just did…yes. Very nice. That’s very nice.” Tussendoor bekijken ze polaroids.

Na ongeveer anderhalf uur komt Chammah de kamer weer binnen. „Bekijk deze eens?” vraagt Huppert, en ze houdt hem een polaroid voor. „Deze is goed, niet?” Hij knikt instemmend. „Ze gaat hem voor me signeren”, zegt Huppert blij.

Retrospectief ‘Hommage à Isabelle Huppert’, 15-3 t/m 11-4 in het Filmhuis Den Haag; daarna tournee. Zie www.filmhuisdenhaag.nl. Haar nieuwste film ‘Nue propriété’ draait vanaf 5-4. Tentoonstelling ‘De vele gezichten van Isabelle Huppert’, 7-4 t/m 17-6 in Fotomuseum Den Haag, Stadhouderslaan 43. Open di t/m zo 12-18u. Toegang € 5,-; catalogus € 27,75. Inl. 070-3381144 of www.fotomuseumdenhaag.nl.