De onbedaarlijke schaterlach van blz. 219

Zelf zal ik het vlak na de Tweede Wereldoorlog hebben gelezen – maar toen ook meteen nog eens, en nog eens, en nog eens.

Toen de oudste van onze kinderen veertien of vijftien was geworden nam hij het uit mijn kast mee naar zijn kamer. De eerste avond bleef het stil. De tweede avond hoorde ik hem ineens hard en onbedaarlijk schateren. Toen wist ik dat hij op bladzij 219 was aangekomen. Daar had ik lang geleden ook zelf geschaterd.

Een paar jaar later, toen ons tweede kind naar het boek had gevraagd, gebeurde hetzelfde. Weer één avond stilte. Weer halverwege de tweede avond de onbedaarlijke schaterlach, die van bladzij 219 afkomstig moest zijn.

We hebben vier kinderen, het heeft zich keer op keer herhaald.

Wat was zo onweerstaanbaar aan die bladzijde in mijn uitgave (tweede druk, P.N. van Kampen & Zoon N.V. Amsterdam), van welk boek?

Ik heb het over Lijmen / Het Been, van Willem Elsschot. Hoofdpersoon Boorman heeft een reusachtige hoeveelheid exemplaren van zijn waardeloze Wereldtijdschrift gesleten aan kunstsmederij Lauwereyssen. Het bedrog is al bijna verjaard als hij bij toeval in een drukke straat oploopt tegen de smidsvrouw die hij ooit voor 8.500 Belgische frank heeft opgelicht. Ze is intussen – het been! – kreupel geworden. En weduwe. Bij Boorman ontwikkelt zich iets dat niet bij z’n karakter past. Wroeging. Alles probeert hij om de weduwe Lauwereyssen schadeloos te stellen, en al zijn pogingen lijden schipbreuk op haar trotse koppigheid. Tot de smederij teloor gaat en haar boeltje – inclusief vijfenveertighonderd kilo papier van goede kwaliteit – op een verkoping terechtkomt.

Daar slaat Boorman toe. Als links en rechts van hem op het pak papier honderd, tweehonderd en ten slotte – eenmaal, andermaal – driehonderdvijftig franken zijn geboden, komt hij overeind. Elsschot schrijft: ‘Boorman was recht gestaan en had een arm opgestoken als een eerste Mussolini. Acht duizend vijf honderd frank, sprak zijn zware stem’.

Bladzij 219. De commotie in de veilingzaal, die zeker nog twee bladzijden hilarisch blijft, doet er niet meer toe. De onbedaarlijke schaterlach is geweest. Tot vijf maal toe in één familie! Dat kom je zelden tegen in de literatuur.