De blije verliezers en de nieuwe opposanten

‘Al dat applaus, al die blije gezichten, en wéér goud!”, hoorde ik Balkenende op de verkiezingsavond zeggen nadat was uitgerekend dat het CDA sinds vorig jaar november ongeveer 4 procent van z’n aanhang had verloren.

Geeft dat nou blijk van een positieve levenshouding, of is het jokken?

Mark Rutte was ook ontzettend tevreden. „We mogen vanavond wel weer een glaasje drinken”, zei hij, ofschoon zijn partij in geen enkele provincie had gewonnen. En: „Het kabinet is afgestraft voor z’n betuttelend beleid.”

Dat laatste bleef hij herhalen, want dat had de campagneleider op een papiertje geschreven.

Zou zo’n jongen nooit iets zelf mogen bedenken, hoor ik de mensen wel eens vragen. Nee, nooit. Over een zinnetje als ‘het kabinet is afgestraft voor z’n betuttelend beleid’ is heel lang nagedacht, dus daar moet hij niks aan veranderen. De verleiding is misschien groot om soms te zeggen dat het kabinet lelijk is afgestraft. Of dat het beleid hard is afgestraft. Of dat het verschrikkelijk betuttelend zal worden. Maar dat is allemaal fout, en dat weet hij. Daarom won hij toentertijd ook het duel met mevrouw Verdonk die dacht dat ze samen met Kay van de Linde zélf zinnetjes kon bedenken. Dat brak haar op.

Mark leert de zinnetjes uit z’n hoofd zoals ze voor hem zijn opgeschreven. En met de intonatie die ze hem hebben voorgedaan herhaalt hij ze de hele avond, of het nou tegen Paul Witteman is, of tegen de Amsterdamse dorpszender, tegen de Volkskrant of tegen De Echo (die immers huis-aan-huis wordt bezorgd): steeds dezelfde hoon in dezelfde woorden. Perfect.

Daar schort het aan bij Wouter Bos. Die wil toch nog altijd een beetje de sociale intellectueel uithangen, en daarom de ene keer dit, de andere keer dat zeggen. Daar kan hij – enerzijds, anderzijds – misschien al die keren gelijk in hebben, maar zo ga je in de politiek nou eenmaal niet met elkaar om. Het is tenslotte de Shell niet, of de journalistiek. „Het viel nog mee”, verklaarde hij na afloop, „als je de prognoses van de afgelopen week zag”. Maar dat is toch geen tekst als je verloren hebt? Dan zeg je: „We zijn op de weg terug en mogen vanavond wel weer een glaasje drinken.” Of je zegt: „Al dat applaus, al die blije gezichten, en wéér goud!” Waar hoeft het niet te zijn. Was Bush soms president van de Verenigde Staten geworden als de uitslag van 2000 waar was geweest?

De christenen heb ik eigenlijk niet erg gehoord. Vanwege hun grote erkentelijkheid, vermoed ik. U weet hoe gezinsvaders altijd beginnen als zij de Heer willen danken voor de bewaarkool die zojuist dampend door moeder op tafel is gezet. Dan zeggen zij: „Zullen we even stil zijn?”

Heel stil voltrekt zich in Nederland de contrarevolutie aan het eind waarvan alle protestants-christelijke kerken weer twee keer per zondag vol zitten, de winkels op de sabbat gesloten blijven, alle homoseksuelen voor de rechter hun gewetensbezwaar tegen de vleselijke gemeenschap met iemand van het andere geslacht moeten komen toelichten, en Jan Marijnissen (altijd perfecte zinnetjes), hoewel eigenlijk rooms, de definitieve boezemvriend van Andries Knevel is geworden.

Jans eigen Agnes Kant dreigde van de week een abortusdebatje in Het elfde uur al bijna reddeloos te verliezen van een christunionistische afvaardiging onder leiding van Arie Slob.

Intussen werd het parlementaire werk gisteren tot mijn genoegen meteen weer hervat, en ik zag Henk Kamp, de superintegere VVD’er, niks ten nadele van mevrouw Arib zeggen, maar het met Geert Wilders eens zijn dat je sommige allochtonen in de gaten moet houden.

Goed te merken dat beide liberale vleugels van vreemde smetten vrij zijn gebleven.