De baby kan wachten, er is toch IVF

Uitgesteld ouderschap leidt tot meer medische problemen tijdens de zwangerschap.

Veel mensen weten dat niet.

Als foetus heeft een meisje zeven miljoen eicellen. Aan het begin van de puberteit is dat aantal geslonken tot een paar honderdduizend, en bij de menopauze is haar voorraad helemaal op. De vrouwelijke vruchtbaarheid neemt met de jaren heel snel af.

Volgens de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) realiseren jonge mensen zich dat veel te weinig en moet de overheid snel iets doen aan het uitstel van ouderschap. De afgelopen dertig jaar is de gemiddelde leeftijd waarop een vrouw haar eerste kind krijgt, gestegen van 24 naar 29. Hoog opgeleide vrouwen zijn gemiddeld 34 bij hun eerste kind. De medische en maatschappelijke gevolgen zijn zorgwekkend.

Uitstel van ouderschap leidt tot meer medische complicaties tijdens de zwangerschap (zoals miskramen), meer kans op kinderen met een afwijking, meer gevallen van borstkanker. Maar ook: een dalend kindertal, waardoor de krapte op de arbeidsmarkt toeneemt en de kosten van de verzorgingsstaat op een kleinere beroepsbevolking drukken.

De gedachte ‘tot je veertigste is nog alles mogelijk en anders is er altijd nog IVF’, is breed ingeburgerd. „Maar IVF is geen wondermiddel”, schrijft de adviesraad van regering en parlement in een woensdag gepresenteerd rapport.

Gynaecoloog Carina Hilders, mede-auteur van het rapport, ziet de onwetendheid elke dag in haar praktijk. „Als ik jonge mensen vertel welke risico’s ze lopen met laat ouderschap, staan ze heel erg te kijken. Mensen denken te veel dat de wereld maakbaar is. Ze weten niet dat een vruchtbaarheidbehandeling vaak uitmondt in een mislukking.” Vrouwen realiseren zich vaak wel dat hun biologische klok tikt, maar voordat het bij mannen zover is, is een stel gemiddeld drie jaar verder. „Dat is zonde van de tijd.”

Wat maar weinig mensen weten, is dat uitgesteld ouderschap ook leidt tot meer borstkanker. De late leeftijd waarop Nederlandse vrouwen baren, hun lage kindertal en de korte periode van borstvoeding (3 maanden) vormen „waarschijnlijk de belangrijkste verklaring waarom borstkanker in Nederland vaker voorkomt dan in welk Europees land ook”.

Medisch gezien geldt volgens de Raad: ‘Als je kinderen wilt, krijg ze dan vooral vóór je dertigste’. Maar maatschappelijk gezien loont het juist om laat kinderen te krijgen. Vrouwen die zich tijdens de eerste jaren van hun loopbaan volledig inzetten voor hun werk, bouwen een steviger positie op dan vrouwen die er door het kinderen krijgen ‘even tussenuit’ gaan.

Hoogleraar openbare financiën Harrie Verbon, lid van de RVZ-comissie die het rapport voorbereidde, geeft werkgevers de schuld. Zíj richten hun arbeidsproces zo in, dat vrouwen met kinderen zich niet kunnen handhaven (en mannen met kinderen wel) door weinig flexibele werktijden en weinig animo om herintreedsters aan te nemen. Met name hoog opgeleide ouders krijgen daardoor minder kinderen, waardoor „het aandeel van hoogopgeleiden in de bevolking voortdurend zal afnemen”.

Om het voor ouders makkelijker te maken arbeid en zorg te combineren, zou de overheid de kinderopvang moeten verbeteren, verlofregelingen uitbreiden, of kinderopvang faciliteren in studentenhuizen. Tegelijkertijd waarschuwt een aantal auteurs van het rapport ervoor dat overheidsingrijpen niet tot een spectaculaire verlaging van de leeftijd zal leiden. In Scandinavië, een ‘walhalla’ voor ouders, ligt de leeftijd waarop vrouwen voor het eerst moeder worden niet heel veel lager dan in Nederland.

Hoogleraar Joop Schippers, hoogleraar arbeids- en emancipatie-economie, schreef voor het RVZ-rapport een bijdrage over ‘werken en moederen’. Hij verkiest een terughoudende overheid. „We willen toch niet terug naar de tijd waarin meneer pastoor elk jaar kwam vragen of het echtpaar nog wel zijn best deed om kinderen te krijgen?”

In sommige landen, zoals in Frankrijk, doet de overheid wel aan ‘bevolkingspolitiek’. Gezinnen krijgen bijvoorbeeld een premie per geboorte. Volgens Schippers zal dat maar weinigen overhalen. „De beslissing om al dan niet aan kinderen te beginnen, hangt af van veel meer factoren. Het opgeven van een deel van de eigen vrijheid, de aanwezigheid van een geschikte partner, het inschatten van carrièremogelijkheden, de vraag of je een goede ouder kan zijn.”

Lees het rapport via: www.rvz.net/cgi-bin/adv.pl?advi_relID=112&stat=