China verovert de wereld

In Las Vegas is het Chinees nieuwjaar uitgegroeid tot het meest winstgevende evenement van het jaar. De festiviteiten trokken in februari tienduizenden Aziatische en Aziatisch-Amerikaanse bezoekers en genereerden honderden miljoenen dollars aan omzet. Het casinoparadijs was voor de gelegenheid helemaal rood gekleurd. Met rood-geel gekleurde draken werden traditionele Chinese dansen uitgevoerd.

In het galeriedistrict Chelsea in New York bestaat bijna de helft van de exposities tegenwoordig uit Aziatische kunst. Ook de winkel van het Museum of Modern Art, enkele jaren geleden nog het bastion van Europese design, heeft een aanzienlijk deel van het vloeroppervlak ingeruimd voor Oosterse ontwerpen. Zoals een Amerikaanse handelaar in Chinese kunst vorige week in de kunstbijlage van deze krant verzuchtte: „Vooral de laatste twee jaar gaat het heel, heel erg hard”.

In het 53 pagina’s tellende regeerakkoord tussen CDA, PvdA en ChristenUnie wordt China geen enkele keer genoemd. Alsof het niet een van de belangrijkste vraagstukken van deze tijd is hoe de razendsnelle opkomst van China ons leven in het Westen zal veranderen. Dat er veel zal veranderen staat vast. Maar of Nederland er per saldo bij zal winnen, of zowel in relatieve als in absolute termen zal verliezen, hangt af van wat Nederland de komende jaren concreet aan actie gaat ondernemen.

Anders dan economen die vrijhandel propageren graag beweren, is het namelijk verre van een uitgemaakte zaak dat het globaliseringsproces alleen maar winnaars kent. De 91-jarige econoom en Nobelprijswinnaar Paul Samuelson waarschuwde in 2004 al dat Europa en de Verenigde Staten de grote verliezers van de globalisering worden, als China en India in staat zijn de innovatiekloof met het Westen te overbruggen. In dat geval zullen niet alleen banen aan de onderkant van de arbeidsmarkt door China en India worden afgesnoept, zoals nu al gebeurt, maar zal ook hoogwaardige werkgelegenheid voor onze neus worden weggekaapt.

Drie jaar geleden werd Samuelson nog weggehoond door vooraanstaande economen als de toenmalig voorzitter van het Amerikaanse stelsel van centrale banken Alan Greenspan, de belangrijkste economisch adviseur van het Witte Huis Gregory Mankiw en hoogleraar economie aan Columbia University, en vrijhandelsgoeroe Jagdish Bhagwati. Die laatste zei toen dat hij het volstrekt onrealistisch achtte dat landen als China en India hun achterstand in technologische kennis zouden inhalen, gegeven de deplorabele staat van het onderwijs in bijvoorbeeld India, Bhagwati’s geboorteland.

Maar zoals stamcelonderzoekster Christine Mummery op 17 februari in een interview met deze krant duidelijk maakte, zijn landen als China, India en Zuid-Korea in haar tak van wetenschap inmiddels bezig met een flinke opmars. De Verenigde Staten en Europa hebben juist een rem gezet op stamcelonderzoek. Zo heeft president Bush verboden dat geld van de Amerikaanse overheid voor stamcelonderzoek wordt gebruikt en wordt in Nederland het verbod op het maken van embryo’s voor onderzoek gedurende deze kabinetsperiode gehandhaafd. Het moratorium dat in 2002 was ingesteld zou anders dit jaar zijn verstreken. Indiërs en Chinezen die in de Verenigde Staten zijn opgeleid, gaan massaal terug naar hun geboorteland, omdat daar het wetenschappelijk klimaat zoveel gunstiger is.

Dat betekent dat de innovatiekloof met het Westen door China en India wordt overbrugd as we speak. Aan de Universiteit van Californië, Berkeley, zijn Aziatische studenten tegenwoordig in de meerderheid. Amerikaanse topuniversiteiten als Harvard en Princeton openen dependances in Azië, en ook de vooraanstaande business school INSEAD heeft naast de campus op Fontainebleau ook een campus in Singapore geopend. Tegelijkertijd stijgen de Chinese universiteiten, zoals die in Peking en Hongkong, vliegensvlug op de internationale ranglijst van topuniversiteiten. In de TSL Education top-50 staan vier Chinese universiteiten. Nederland komt op die lijst helemaal niet voor.

Westerse wetenschappers schamperen vaak dat Aziaten onvoldoende creatief zijn om de innovatieachterstand in te halen. Het zijn immers notoire kopieerders. Maar behalve het rechttoe rechtaan kopieerwerk, gebruikt China zijn gigantische marktmacht op slimme wijze om kennis te vergaren. Zoals Economist-redacteur James Kynge beschrijft in zijn boek China zet de wereld op zijn kop eist China bij het aanbesteden van overheidsopdrachten dat technologische knowhow wordt overgedragen en dat buitenlandse ondernemingen joint ventures aangaan met Chinese staatsbedrijven.

China maakt op deze manier razendsnel technologische vorderingen. Volgens Kynge is het wishful thinking om te denken dat de snelst groeiende economie ter wereld nog jaren zal blijven hangen in middelmatige technologie. Bovendien is een aantal Chinese wetenschapsprogramma’s, waaronder het ruimtevaartprogramma, bijzonder succesvol.

Een voorproefje daarvan heeft de wereld afgelopen januari al gezien. China schoot toen bij wijze van test met een raket een afgedankte weersatelliet uit de ruimte. Tot dan toe was dit alleen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie gelukt. Ook de hausse in hedendaagse Chinese kunst kan dienen als een vingerwijzing dat het de Chinezen helemaal niet schort aan creativiteit.

De enige manier waarop wij hier in het Westen het door Samuelson geschetste doemscenario kunnen vermijden, is door nog innovatiever te zijn dan de Chinezen zelf. „Creativiteit is de bron van innovatie”, zo staat in het regeerakkoord te lezen. Maar het is de vraag of creativiteit zich zo gemakkelijk laat dwingen. Het enige lichtpuntje dat ik zie is dat Nederland sinds kort een buitengemeen eerzuchtige minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft. Toe Ronald, verzin een list!