Boekenweek 2007: de halteplaatsen van de humor

‘Ernst is de enige vluchtheuvel voor de oppervlakkigen’, schreef Oscar Wilde. Hij schreef trouwens ook dat citeren een handig substituut is voor gevatheid – alsof hij wist dat de oneliners uit zijn boeken en toneelstukken te pas en te onpas gebruikt zouden worden door luie journalisten. Zeker in een Boekenweek als de aanstaande, die door de Stichting Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek gewijd is aan ‘scherts, satire en ironie’. Ter gelegenheid van de 72ste Boekenweek, van 15 tot en met 25 maart, komt de bijlage Boeken van NRC Handelsblad met een speciaal magazine dat grotendeels gewijd is aan het thema ‘Lof der Zotheid’. Redacteuren en medewerkers nemen de lezer mee langs de halteplaatsen van de nationale en internationale humor – van de psychologie van de lach en de grootste literaire grappenmakers uit de 17de en 18de eeuw, tot de imperiumdwang van Walt Disney en de historische canon van Fokke & Sukke.In dit kleurenmagazine, 32 pagina’s dik, wordt antwoord gegeven op vragen als: ‘is lachen gezond?’, ‘wat is het politieke belang van spot?’, ‘is de Nederlandstalige literatuur eigenlijk wel grappig?’, ‘kun je nog lachen om Simon Carmiggelt?’, ‘gaan seks en satire samen?’, ‘mocht er in het Derde Rijk gelachen worden?’, ‘zijn er humoristische filosofen?’, en ‘hoe grappig is de dichter Lévi Weemoedt’? Behalve voor essays, interviews (met onder anderen Gerrit Komrij en Vic van de Reijt) , reportages en columns (van Bas Heijne, Ger Groot en Arnold Heumakers) is er ruimte voor besprekingen van nieuwe boeken (waaronder het Boekenweekgeschenk van Geert Mak, p. 30), en voor een handig overzicht van alle verschijningsvormen van humor in de Nederlandstalige literatuur (p. 7). Verspreid door het magazine heen vertellen negen schrijvers en columnisten, onder wie Jan Blokker, Atte Jongstra en Annelies Verbeke, welk boek ze beschouwen als het geestigste dat ze ooit gelezen hebben. ‘Een traan is gemakkelijk weg te wrijven en bij huilgeluid doet iedereen of-ie doof is, maar een schater is gevaarlijk’, schrijft H. Brandt Corstius op pagina 6. Hij heeft groot gelijk; nog minder dan God, de liefde, de dood en de muziek – om enkele van de Boekenweekthema’s uit de laatste jaren te noemen – is de humor bedoeld om alleen aan de Stichting CPNB over te laten.

PIETER STEINZ