Beste Maarten Koning,

In Het Bureau zal je voor eeuwig leven,

Vaak wenste je een ander onderdak.

Een Koning zit vooral vol ongemak,

Was je maar nooit bij het Bureau gebleven.

Je zag dat het Bureau de kop opstak,

’t Werd je door Nicolien flink aangewreven.

Uit woede heb je alles opgeschreven.

Wat is de volkscultuur een prachtig vak!

Het alledaagse leven zo beschrijven,

Tot op het bot – de rapen moeten gaar.

Kabouters moet je uit je hoofd verdrijven.

In zeven delen ligt je antwoord klaar,

De dag dat Het Bureau gezien zal blijven,

Op iedere kantoordag van het jaar.

Met hartelijke groet,

Onno Kasteelen