Beste Holden,

Hopelijk leef je nog en heb je je niet volledig uit de wereld der levenden teruggetrokken, zoals je schepper. Ik kan ernaast zitten, maar ik stel me voor dat je na die crisis in je puberteit toch nog aan Yale of Harvard hebt gestudeerd en daarna carrière hebt gemaakt. In het bankwezen, in de uitgeverswereld, zoiets. Dan ben je zo’n hoffelijke maar enigszins ondoordringbare man geworden, met een fijn ironisch lachje om je lippen, overal op je gemak en nergens thuis, met in elke haven een liefje. Want je bent ongetrouwd gebleven, volgens mij, en je hebt geen kinderen op de wereld gezet. Natuurlijk niet. Want je wilde geen onschuldige ziel tussen de phonies neerplanten, dat kon je voor jezelf niet verantwoorden. Kinderen worden volwassen, en met volwassenheid heb je nooit veel op gehad.

Ik moet je zeggen, Holden: daar heb ik moeite met jouw relaas. [...] Jij kunt je niet voorstellen dat iemand op een fatsoenlijke manier volwassen wordt, je wilt dat kinderen altijd kinderen blijven. Dat kan niet, dat weet je intussen ook wel, maar het móet ook niet, want dat koesteren en idealiseren van de jeugd, dat is sinds jij ons je verhaal hebt verteld nogal uit de hand gelopen. De ergste phonies van nu zijn de zielepieten die eeuwig jong willen blijven, verwende kinderen zijn gebleven.

Als je dat wilt vermijden zul je volwassen moeten worden, er zit niets anders op. Of je zult het voorbeeld van Seymour Glass moeten volgen, en zelfmoord plegen, maar dat kan toch niet de bedoeling zijn?

Met alle bewondering,

Guus Houtzager