Aristoteles? Verknoei je tijd er niet mee

Humor in de filosofie hoort meestal bij een van twee soorten. Er zijn de satirische sneren naar collega’s (Schopenhauer over Hegel is het klassieke voorbeeld). En er zijn filosofen met een op zichzelf al lichtvoetige boodschap, die inhoud en vorm willen verenigen door die ook nog eens grappig op te schrijven; denk aan de Franse hedonist Michel Onfray. Filosofie is leuk, is de boodschap, en wat nog leuker is; jij kan het ook!

Maar een filosofieboek kan ook geestig zijn ondánks de auteur. Bijvoorbeeld omdat hij onzin uitkraamt (zoals vaak over Heidegger wordt beweerd; hoewel maar weinig van diens critici Sein und Zeit een dijenkletser zullen vinden). Maar ook omdat de stijl van een auteur, of zijn onverholen partijdigheid iets onbedoeld komisch krijgen. Dat laatste is het geval bij Geschiedenis van de westerse filosofie van Bertrand Russell, een vuistdik boek dat verscheen in 1946 en talloze malen is herdrukt en zijn auteur voor de rest van diens leven financiële zekerheid bracht. De ‘geschiedenis’ is vooral naarmate we dichter bij de eigen tijd komen een aanklacht tegen de ‘subjectieve waanzin, die kenmerkend is voor de meeste moderne filosofie’, en dan vooral de Duitse versie daarvan. Ook voor andere voorgangers heeft Russell harde woorden (over Aristoteles: ‘Ieder die tegenwoordig logica wil studeren, verknoeit zijn tijd wanneer hij Aristoteles leest’).

Maar na Kant en Rousseau gaat hij echt los. Fichte schoot zover door naar subjectivisme dat zijn filosofische werk ‘bijkans aan abnormaliteit deed denken’. Hegel dacht dat alles met alles samenhing, en ‘aan die vergissing hebben we het hele indrukwekkende bouwwerk [van zijn filosofie] te danken.’ En dan komen we bij Nietzsche, de bedenker van de Übermensch. Russell voert hem op in een dialoog met Boeddha, en laat hem zeggen: ‘Waarom al dat gesnotter omdat banale mensen lijden?’

Bij een overzichtswerk verwacht de lezer toch vooral onpartijdigheid, het rustig afwegen van argumenten – maar dan kennen we de soevereine denker Russell niet. Geschiedenis van de westerse filosofie is niet alleen komisch door zijn archaïsche woordkeus, zijn polemische stelligheid of zijn soms overdreven of achterhaalde standpunten, maar vooral omdat deze ‘geschiedenis’ in zijn eigen staart bijt. Het is namelijk een heerlijk vooringenomen, dat wil zeggen subjectief standaardwerk – geestig.

Bertrand Russell: ‘Geschiedenis van de westerse filosofie’. Servire, €17,95.