Angsten en wanen in een kale gevangeniscel

Kinderen met een gedragsstoornis lopen een groter risico om met justitie in aanraking te komen. Maria’s autistische zoon kwijnde weg in de gevangenis.

Ze zocht vaak contact met haar zoon in de gevangenis. Maar die liet niets van zich horen. Als Maria naar de strafinrichting belde, zei de telefoniste dat haar zoon volwassen was en zelf moest bellen. De zoon van Maria is autistisch. In zijn cel zat hij te malen en ging hij volledig op in zijn eigen gedachten. Hij werd onbereikbaar voor iedereen.

De rechter veroordeelde hem tot twee jaar gevangenisstraf voor een overval die hij samen met vier anderen pleegde. Dat hij een straf moest uitzitten, vindt Maria (die niet met haar achternaam in de krant wil) „volledig terecht”. Maar ze snapt niet waarom hij niet meteen een psychiatrische behandeling heeft gekregen. „Met professionele hulp was hij nooit zo afgetakeld.” Volgens Maria werden zijn waanideeën en angsten door het isolement en de verwaarlozing in de gevangenis steeds ernstiger. Inmiddels, na negen maanden detentie, is haar zoon (nu 23) overgeplaatst naar een psychiatrische kliniek.

Begin dit jaar concludeerde de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) in het advies ‘Straf en zorg: een paar apart’ dat delictplegers met psychische en psychiatrische problemen in de gevangenis nauwelijks zorg krijgen. Door de kale celstraf raken de veroordeelden nog dieper in de problemen, vertelde Maurits Barendrecht, lid van de RMO en hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit van Tilburg, toen. Volgens hem hebben deze mensen juist structuur, persoonlijke aandacht en therapie nodig om hun leven te veranderen. Maar die hulp krijgen ze niet. „Deze groep delictplegers is in principe toerekeningsvatbaar en krijgt daarom alleen celstraf en geen tbs. Maar de mensen hebben wel overduidelijk problemen, zoals antisociale persoonlijkheidsstoornissen of schizofrenie.”

Volgens de RMO houden rechters onvoldoende rekening met de psychische toestand van een verdachte. „Ze kijken veelal alleen naar het delict en koppelen daar een straf aan”, aldus Barendrecht. En zo ging het volgens Maria ook bij haar zoon. De psychiater van de gevangenis verklaarde hem na een kort gesprek detentiegeschikt. „De man beschikte niet eens over de gegevens van de jeugdpsychiater.” De zoon van Maria werd al jaren behandeld en had op een kamertrainingscentrum van een afdeling van de jeugdpsychiatrie gewoond. „Ook bij de rapportage aan de rechter ontbrak deze informatie.”

Hij was 14 jaar toen de diagnose PDD-NOS werd gesteld. PDD-NOS staat voor Pervasive Developmental Disorder Not Otherwise Specified. In Nederland noemen we dit een aan autisme verwante contactstoornis. De zoon van Maria heeft een hoog IQ, zijn problemen liggen op sociaal-emotioneel gebied. Hij kan moeilijk contact maken. Zijn concentratie is slecht, zijn gedachten schieten alle kanten op. Hij leeft in een symbolische wereld. „De ringen om zijn vingers geven hem houvast in het leven. Het is een tic, als je de ringen weghaalt, is er voor hem geen leven meer.” Hij is in de war. „Als hij praat, houdt hij een lapje voor zijn linker oog. Want links is slecht en rechts is goed. Hij is achterdochtig en denkt dat ze een homo van hem willen maken.”

Kinderpsychiater Theo Doreleijers vertelt dat jongeren met gedragsproblemen of een vorm van autisme (zoals ADHD of PDD-NOS) een verhoogd risico lopen om met politie of justitie in aanraking te komen. Ze hebben bijvoorbeeld geen goed ontwikkeld geweten, handelen impulsief, zijn slecht in plannen en organiseren en zijn vaak makkelijk beïnvloedbaar. „Bovendien kunnen ze de consequenties van hun gedragingen niet overzien en hebben ze een gebrek aan inlevingsvermogen”

Op initiatief van Doreleijers is de Vereniging Balans (voor ouders van kinderen met gedragsstoornissen) en de Nederlandse Vereniging voor Autisme een platform aan het opzetten waar ouders terecht kunnen als hun kind met politie of justitie in aanraking komt. Het platform bestaat uit ouders en deskundigen die mensen kunnen ondersteunen en informeren. De animo is groot, zegt Manja van Wezep van Balans. Bij de vereniging komen geregeld verhalen van ouders binnen. „Ze zijn de wanhoop nabij omdat politie en justitie geen rekening houden met de stoornissen van het kind.”

Doreleijers zegt dat meer dan tachtig procent van de jongeren die tot gevangenisstraf is veroordeeld een stoornis heeft. Volgens de RMO zitten er ongeveer 7.000 volwassenen met psychiatrische problemen vast. De RMO noemt deze groep de niet-calculerende crimineel. Daar behoort de zoon van Maria ook toe. De overval die hij pleegde was niet zijn idee. Hij had weliswaar geld nodig maar wat de gevolgen van zijn daden zouden zijn of in welke situatie hij terecht zou komen, dat kon hij niet inschatten, zegt Maria. „Bovendien is zijn geweten slecht ontwikkeld en kan hij zich moeilijk in een ander verplaatsen. Maar dat telde tijdens de veroordeling nauwelijks mee.”

Een celstraf heeft volgens de RMO geen zin bij psychiatrische patiënten omdat het bijna geen afschrikkende werking heeft. Maria vertelt: „Toen mijn zoon jong was, merkte ik al dat straffen geen uitwerking hadden. Hij denkt rechtlijnig, de situatie van nu moet de volgende keer exact hetzelfde zijn om de link met de sanctie te begrijpen.”

De RMO pleit ervoor om justitie en zorg beter op elkaar te laten aansluiten. Door mensen die in detentie zitten te behandelen en bij het verlaten van de gevangenis beter te begeleiden. De zoon van Maria wordt nu behandeld in een psychiatrische kliniek die samenwerkt met het Dr. Leo Kannerhuis, een centrum voor autisme. „Al onze hoop is op dit centrum gevestigd”, zegt Maria. Eind juni komt hij vrij. „Hij heeft geen idee wat hij met zijn leven moet.”