Angst

„U bent wel geraakt, hè?” vroeg een met een microfoon gewapende journaliste, te midden van een kluwen collega’s, gretig aan Khadija Arib toen ze gisteren het gebouw van de Tweede Kamer verliet.

Momenten waarop je je voor een collega schaamt zullen in de beste beroepsgroepen voorkomen, maar zeker in die van de journalistiek anno de 21ste eeuw. Ik zat althans met samengeknepen tenen naar dit tafereeltje te kijken. Vroeger zag je zulke scènes alleen in Amerikaanse B-films, waarin de journalistiek steevast werd afgebeeld als een sprinkhanenplaag die zich op gevallen helden stort; nu zijn ze werkelijkheid geworden in ons eigen land.

Dat Arib, evenals Albayrak en Aboutaleb, geraakt was, hadden we al de hele week kunnen vaststellen. Ze zal zich ook zeker niet alleen door Wilders geraakt hebben gevoeld. De VVD liet zich via Mark Rutte meesleuren in de hetze van Wilders tegen allochtone Kamerleden, maar ook de SP en de PvdA waren aanvankelijk minder standvastig dan ze ons later wilden doen geloven.

Jan Marijnissen heb ik horen zeggen dat het „een mooi gebaar’’ zou zijn als Albayrak haar Turkse identiteit zou opgeven. Was dat zo’n groot verschil met Rutte die vond dat „het Albayrak zou sieren” als ze dat deed? Marijnissen is slimmer dan Rutte, hij zegt zulke dingen terloopser, in een praatprogramma op tv, maar hij zegt ze wél.

Wat mij bij de bejegening van Arib nog het meest gestoord heeft, was het interview dat Clairy Polak deze week in Nova met haar maakte. Juist omdát het Clairy Polak was – een journaliste die ik hoog heb zitten, evenals de rubriek waarvoor ze werkt. Zij ondervroeg Arib op een kille, wantrouwige toon. Met elke verwijtende vraag werd het Kamerlid verder de hoek in getimmerd. Daar zat een journaliste die haar oordeel al klaar leek te hebben: die Arib, dat was geen zuivere koffie.

Het zou me verbazen als Clairy Polak dat ook werkelijk vond. Ik denk eerder dat ze het slachtoffer was van de angst voor politiek correct versleten te worden. Je ziet die angst de laatste tijd wel vaker bij journalisten en politici met een achtergrond of verleden van links-progressieve snit.

Het is ook wel begrijpelijk. Ze weten dat er op hen geloerd wordt, dat elk woord tegen hen gebruikt kan worden, op een of andere onfrisse website of door een collega met de modieuze rechts-radicale kolder in zijn kop. Iemand als Wilders, groot kampioen van de vrijheid van meningsuiting immers, heeft nog onlangs gezegd dat Polak bij Nova ontslagen zou worden als het aan hem zou liggen.

Ik ben een voorstander van scherpe, zakelijke interviews met autoriteiten, dus ook met Arib, wier verweer niet op alle onderdelen even helder was. Maar in Nova werd ze opgejaagd – door iemand die zich op haar beurt opgejaagd voelde.

Als Wilders aan de macht komt, is het goed om een tweede paspoort te hebben, merkte Arib tegen het einde van het interview op.

Was dat nou niet juist een teken dat ze niet loyaal aan Nederland was, vroeg Polak daarop.

Dat was het moment waarop mijn twee Hollandse klompen eendrachtig doormidden braken. Ze waren geraakt.