Weer een echt Brits bedrijf minder

De overname van Corus door het Indiase Tata Steel maakt emoties los.

Vroeger werden de Indiërs geregeerd door de Britten, nu worden zíj de baas.

Een beetje melancholiek nipt Michael Wills, een kleine belegger uit Londen, aan een glas rode wijn. De aandeelhoudersvergadering in het chique Hilton Hotel, waar de overname van Corus door het Indiase Tata Steel werd bezegeld, is achter de rug. Het tijdperk Corus, waarin British Steel en Hoogovens in 1999 opgingen, loopt onherroepelijk ten einde. „Ik houd van Britse dingen en ik hield ervan het wel en wee van de aandelen van British Steel en later Corus te volgen”, zegt Wills. „Maar nu beroven ze me daarvan. Ze betalen natuurlijk, maar ik ben er niet gelukkig mee.”

De overname van Corus maakt bij meer Britten emoties los. „Ik heb veertig jaar bij British Steel gewerkt”, zegt een bejaarde aandeelhouder, die bij de vergadering verontwaardigd het woord neemt. „Het enige wat ik kan zeggen, is dat ik walg van de directie.”

De overweldigende meerderheid van de aandeelhouders, inclusief de grote institutionele beleggers, verschilde echter met hen van mening. Toen gisteren alle stemmen waren geteld, bleek ruim 97 procent zich akkoord te hebben verklaard met de deal. Ze zijn heel content met de 6,08 pond (8,94 euro) per aandeel, die Tata bereid is te betalen. Slechts een kleine minderheid nam de moeite de vergadering zelf bij te wonen. Via een afgevaardigde, of elektronisch, gaven ze hun fiat. Ondanks de protesten kozen zelfs van de 110 stemgerechtigden in de zaal er 91 voor de overname bij 19 tegenstemmen. Nederlandse aandeelhouders lieten zich niet horen bij de vergadering.

„Het is in sommige opzichten inderdaad een verdrietige dag”, erkende Jim Leng, voorzitter van de raad van commissarissen, later bij de lunch. „Maar het zou echt zinloos zijn te proberen Corus tot elke prijs onder Britse vlag te houden. Zo zit de wereld niet meer in elkaar. En het is beter zulke zaken te doen wanneer het goed gaat met een bedrijf dan wanneer je er slecht aan toe bent.”

Dat het Corus de laatste tijd voor de wind gaat staat buiten kijf. De koers is volgens Leng sinds het aantreden van de huidige directie in 2003 meer dan vervijfvoudigd. Een hoogst welkome ontwikkeling voor topman Philippe Varin en de rest van de bedrijfstop, die nu op lucratieve wijze hun opties kunnen verzilveren. Maar Leng, die de laatste vergadering van Corus leidde, zei zich er niet voor te generen. „Het verheugt me dat ik kan zeggen dat dit niet ten koste van de aandeelhouders gaat maar parallel met het succes van de aandeelhouders zelf.”

De aandeelhouders kregen uiteindelijk beduidend meer dan vorige herfst nog was verwacht. In oktober had de directie in beginsel een beduidend lager bod van Tata Steel aanvaard, maar doordat het Braziliaanse CSN zich alsnog als gegadigde meldde, volgde er een overnamerace die de prijs met bijna een kwart opdreef.

Sommige sociaal voelende aandeelhouders toonden zich bezorgd over de werkgelegenheid bij Corus. Varin, die veel waardering heeft geoogst voor de wijze waarop hij Corus sinds 2003 heeft gesaneerd, probeerde die vrees weg te nemen. „De bedoeling van Tata is duidelijk om te groeien, niet om op banenverlies aan te sturen”, zei hij. In Groot-Brittannië werken nog 24.000 mensen bij Corus, in Nederland ruim 11.000 en elders nog eens 12.000 mensen.

John Dawson, een ambtenaar werkzaam op het ministerie van Binnenlandse Zaken, stemde eveneens in met de overname, zij het met gemengde gevoelens. „Mijn vader begon op zijn veertiende te werken voor een staalfabriek van de firma Colville in Schotland, die later is opgegaan in British Steel”, aldus Dawson. Uit sentimentele overwegingen vond hij het daarom leuk in 1988 bij de privatisering van British Steel aandelen in het bedrijf te kopen. „Maar wie had ooit kunnen denken”, roept hij met een zwaar Schotse tongval, „dat de Indiërs, die eeuwen door ons werden geregeerd, de Britse staalindustrie, altijd een steunpilaar van ons koloniale rijk, nog eens zouden overnemen.”