Vrede moet bewaakt met 4.000 man

De eerste soldaten van de Afrikaanse vredesmacht zijn aangekomen in Mogadishu.

Toenemend geweld dreigt echter de kans op vrede in Somalië te ondermijnen.

De eerste Oegandese militairen van de vredestroepen namens de Afrikaanse Unie waren eergisteren nauwelijks uit het vliegtuig gestapt op de luchthaven van Mogadishu, toen onbekenden raketten afvuurden op de landingsbaan. Eén persoon raakte gewond, later vielen elders in de stad drie doden bij gevechten. Dergelijke incidenten komen sinds een maand vaker voor. „We voelen ons steeds onveiliger”, aldus een inwoner in een telefoongesprek. „Elke dag vinden er beschietingen plaats. Er worden aanslagen uitgevoerd op geestelijken en intellectuelen. We zijn blij als vredestroepen dit kunnen stoppen.”

Kerstmis vorig jaar maakte een Ethiopische invasiemacht een einde aan de zes maanden durende heerschappij over Mogadishu door de Unie van Islamitische Rechtbanken (ICU). De ICU, een coalitie van gematigde en extremistische moslims, had orde en rust gebracht en een reeks strenge fundamentalistische gedragscodes ingevoerd. Ethiopië en de VS toonden zich ongerust over de betrokkenheid van internationale terroristen en daarom verdreven ze, zonder veel tegenstand te ondervinden, de ICU. Maar ze zorgden niet voor een sterke nieuwe autoriteit.

Wie precies verantwoordelijk is voor het toenemende geweld in Mogadishu is onduidelijk. Van een georganiseerde opstand is (nog) geen sprake. Uit volkswijken worden doorgaans raketten afgevuurd op de zee- of luchthaven en de projectielen belanden meestal zonder een doel te hebben geraakt in de Indische Oceaan. Ethiopische troepen en slecht opgeleide soldaten van de zwakke Somalische regering vuren vervolgens terug waarbij burgers in de woonwijken worden geraakt. Honderden inwoners zijn de stad ontvlucht.

Volgens de regering van president Abdullahi Yusuf zitten de verdreven islamitische fundamentalisten achter de aanslagen. Bewoners klagen over strijders van de krijgsheren die hun posities weer hebben ingenomen nadat ze vorig jaar door de ICU waren verdreven. Ook zijn er milities gesignaleerd verbonden aan naar het buitenland uitgeweken parlementariërs die in conflict raakten met de president omdat deze weigert te onderhandelen met de ICU-aanhangers.

„Bij iedere machtsstrijd geven de clans de doorslag”, analyseert een hoge VN-medewerker, werkzaam in Somalië. „De ICU kon opereren omdat enkele clanleiders steun gaven. En milities van de islamitische rechtbanken werden gemakkelijk verslagen in december, want diezelfde clanleiders trokken hun steun weer in wegens de Ethiopische overmacht. Vrede is alleen mogelijk als de regering akkoorden sluit met alle subclans. Nu worden de regering en het Ethiopische leger door de bewoners als bezettingsmacht ervaren.” President Yusuf beloofde ruim een maand geleden een verzoeningsconferentie met alle clans te zullen organiseren.

Het enthousiasme voor de vredesmissie is in Afrika uiterst klein; er moeten nog 4.000 vredessoldaten worden gevonden. De financiering door de VS en Europa is nog onvoldoende. De vredesmacht heeft een beperkt mandaat.

De soldaten moeten de vrede bewaren, ze mogen deze niet afdwingen. Ze zullen het rudimentaire leger van Somalië helpen trainen. Maar ze gaan geen milities ontwapenen, zoals de regering had gevraagd.