Te weinig strijders bij aanval op verloedering

Woningcorporaties willen graag meewerken aan het plan van het kabinet om probleemwijken om te vormen tot prachtwijken. Maar ze bouwen te weinig.

Verbeter Nederland, begin in de buurt. Volkshuisvesting is strijd. ‘Aanvalsplannen’ maken, zegt het kabinet-Balkenende. Een breed ‘offensief’ moet van probleemwijken prachtwijken maken.

Als eerste minister met het takenpakket Wonen, Wijken en Integratie is Ella Vogelaar de nieuwe ‘generaal’. Zij concentreert zich in de bestrijding van verloedering en achterstanden op dertig wijken, zei ze onlangs.

Het lijkt wel alsof het sociaal-democratische verheffingsideaal uit de vorige eeuw in een modern jasje is gestoken. Toen was het: help de arbeider met modelwoningen een modelburger worden.

Nu is het doel: niemand mag langs de kant blijven staan. De oplossing: investeer in onderwijs en inburgering, maar ook in nieuwbouw, renovatie en leefbaarheid.

De vraag is: hoeveel legioenen heeft Vogelaar? Hoeveel strijders voor de aanvalsplannen kan zij het veld insturen? Den Haag zet wel grote lijnen uit, maar in het hart van de aanval staan gemeenten en woningcorporaties, zelfstandige organisaties waar de rijksoverheid geen directe greep op heeft.

Gemeenten zijn de baas in hun eigen publieke ruimte, zij voeren de regie. Maar de corporaties zijn gretig. Met Aedes, hun branchevereniging, hebben zij ambitieuze plannen. Hoofdlijn: 160.000 nieuwe huizen. Maar ook: 20 procent energiebesparing. En: twee jaar lang 600 miljoen euro voor betaalbare huren.

Voor de corporaties is hun groeiende maatschappelijke rol een opmerkelijke ommekeer. De afgelopen jaren waren zij steevast het mikpunt van kritiek. Zij namen te weinig initiatief, zaten op hun geld, bouwden te weinig.

Nu heten zij maatschappelijke ondernemingen. Geen winst voor aandeelhouders, maar profijt voor de samenleving. De corporaties wekken hoge verwachtingen. De overheid deelt in het optimisme, maar wel met een stok achter de deur: als de corporaties onvoldoende presteren, volgt een aanslag van 750 miljoen euro.

De koude douche komt van het ministerie van Volkshuisvesting zelf. „Ook in 2005 moet ik constateren dat de toegelaten instellingen [woningbouwcorporaties, red.] hun eigen verwachtingen op veel punten niet hebben waargemaakt.” Is getekend: inspecteur-generaal G. Wolters van het ministerie van VROM. Het staat in zijn verslag over 2005, onlangs aan de Tweede Kamer gestuurd.

Wolters’ conclusie komt overeen met eerdere bevindingen van het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting, de financiële toezichthouder op de bijna 500 zelfstandige corporaties, die samen 2,4 miljoen huurhuizen bezitten.

Van de plannen van de corporaties wordt 65-70 procent gerealiseerd, schrijft VROM-inspecteur Wolters. Neem 2005, het jaar waarover de inspectie rapporteert. Prognose van de corporaties: 33.000 nieuwe huurwoningen. Realisatie: bijna 22.000. Het goede nieuws: 3.000 meer dan in 2004.

Waarom missen de corporaties hun eigen verwachtingen, jaar in, jaar uit? Zitten de gemeenten de corporaties niet genoeg achter de broek? Ministers en politici hameren al jaren op de noodzaak van samenwerking tussen lokale overheid en lokale corporaties. Maar ergens stokt het. Het aantal corporaties dat met gemeenten afspraken maakt stagneert: 231 (2006) tegen 237 in 2002, zo blijkt uit een onderzoek van adviesbureau Severijn. Het aantal gemeenten dat afspraken heeft gemaakt met ‘zijn’ corporatie was in 2002 nog 39 procent, vorig jaar was dat 36 procent.

Of ligt het aan de corporaties zelf? Iemand die hun wereld door en door kent: „Natuurlijk zijn grote projecten in sloop en nieuwbouw, met alle vergunningen en inspraak, soms stroperig. Maar dat kun je incalculeren. Maatschappelijke ondernemers als corporatiedirecteuren zijn van huis uit opgeruimde mensen. Op het missen van verwachtingen staat in de corporatiewereld geen straf. In tegenstelling tot het bedrijfsleven.”

Tweede Kamerlid Staf Depla (PvdA), die de corporaties al jaren probeert te stimuleren, ziet ook een oorzaak in tekortschietend toezicht van commissarissen en raden van toezicht bij individuele corporaties. Recent onderzoek van het Centraal Fonds constateerde dat dit toezicht niet veel verbetering laat zien. Als commissarissen er dichter op zouden zitten, denkt Depla, zouden de corporatiedirecteuren realistischer worden.

Peter Boelhouwer, hoogleraar aan de TU Delft: „Voortgang maken met bouwprojecten is lastig, dat geldt niet alleen voor corporaties. Stedelijke vernieuwing is ook een moeizaam proces. Verder worden corporaties maatschappelijk onder druk gezet om prestaties te leveren. Dat leidt ertoe dat zij geen bescheiden plannen rapporteren. Zij zitten vol goede wil, en blijven het proberen.” Hoe denkt Boelhouwer over de 160.000 woningen die de corporaties deze kabinetsperiode aankondigen? „Ik zou het met een korrel zout nemen.”