Schilderkunst

Onder de titel Leve de Schilderkunst! brengt de Rotterdamse Kunsthal tweehonderd werken van tachtig hedendaagse figuurschilders. Ooit was hun genre – het verbeelden van de mens – onbetwist zinvol. Rijkelui stonden op altaarstukken naast heiligen, wat zou helpen bij het Laatste Oordeel, en prinsessen werden op basis van portretten uitgehuwelijkt. Kunstenaars vereeuwigden dierbaren, een monopolie dat ze verloren toen de fotografie kwam. Maar de figuurschilderkunst leefde onverminderd voort als inspiratie voor artistieke kwesties rond kleur en vorm. En nu? Deze internationale tentoonstelling belooft de huidige stand van zaken uiteen te zetten.

Die blijkt vooral divers. De tweehonderd koppen in de grote zaal tonen op tientallen manieren dat ze iets willen zeggen over de hedendaagse mens. Ze vertellen over voyeurisme, hedonisme, eenzaamheid, schoonheid, kwetsbaarheid. Sommigen zijn mooi, zoals de gladde schoonheden van Alex Katz. Sommige zijn dat niet, zoals de oude man die op een doek van Barend Blankert voorzichtig in bad stapt. Het zijn vooral gewone mensen – helden of idolen ontbreken in de Kunsthal. Kunstenaars kunnen nieuwsbeelden naar eigen smaak inzetten, als politiek engagement of als stijlmiddel. Maurice Thomassen schilderde een Abu Ghraib-foto na in verleidelijke was- en verflagen, waarbij de esthetische benadering de inhoud domineert. Zijn werk hangt in de Kunsthal naast een schedel van Ronald Ophuis, die gruwelen zegt te schilderen „omdat je toch iets moet verbeelden”.

De curatoren hebben spanningsvolle, eigentijdse doeken van bekende namen samen weten te brengen. Om een samenhangend geheel te benadrukken zijn er zalen met thematische overeenkomsten. Daar gebruiken ze ietwat gezochte bruggetjes voor. De expositie is nu eenmaal net zo gefragmenteerd als onze geïndividualiseerde wereld, en juist daarin schuilt zijn kracht en actualiteit.

Leve de Schilderkunst! Terug naar de figuur t/m 6 mei in de Kunsthal, Museumpark, Rotterdam. Di t/m za 10-17, zo 11-17u.