Provincie mist politieke thema’s

De geringe interesse van kiezers voor de Provinciale Staten blijft bestuurders bezighouden. Minister Ter Horst maakt zich zorgen.

Een laagterecord was het net niet, maar de opkomst bij de Provinciale Statenverkiezingen gaf het zoveelste ondubbelzinnig signaal dat de bestuurslaag tussen gemeenten en rijk veel kiezers koud laat.

46,3 Procent van de kiesgerechtigden nam de moeite om naar de stembus te gaan, voor een verkiezing waarbij alleen de mogelijkheid van schuivende machtsverhoudingen in de Eerste Kamer nog voor enige opwinding zorgde. Minder dus dan de 47,6 procent van vier jaar geleden. Alleen in 1999 was de opkomst nog lager, 45,6 procent.

Guusje ter Horst (PvdA), net twee weken minister van Binnenlandse Zaken, zei gisteravond op een PvdA-bijeenkomst in het provinciehuis in Lelystad dat ze zich zorgen maakt over de lage opkomst. „De kritische grens” is volgens haar nu wel in zicht.

De zorgen over de Provinciale Staten (en in het verlengde daarvan, van de Eerste Kamer) zijn niet nieuw. Volgens de Leidse hoogleraar bestuurskunde Jouke de Vries is er al jaren een fundamenteel debat over de democratische legitimiteit van de provincies. Vooral door de lage opkomst komt die onder druk te staan, zegt hij.

De oplossing is „het politiseren van issues”, zegt de hoogleraar. Hij verwijst naar Wilders en het debat over de dubbele nationaliteit. „Als je zo de aandacht kan trekken, dan komen de mensen wel stemmen.”

Dat lukt de provincies volgens De Vries niet omdat zij maar weinig ‘politieke’ onderwerpen behandelen. „Het zijn technische dossiers, waar mensen weinig bij voelen.” Of het snel anders wordt, betwijfelt De Vries. „We zijn toch een land van kleine stapjes.” De opmerking van Ter Horst vindt hij „wel interessant”. De hoogleraar hoopt dat de minister de opkomst als breekijzer gebruikt om een oplossing te forceren.

Dat de provincie lijdt aan onbekendheid was ook Tweede Kamerlid Mariëtte Hamer (PvdA) opgevallen. Tijdens de verkiezingsavond gisteren zei ze dat haar al tijdens de campagne was opgevallen dat burgers nauwelijks in de gaten hadden dat er verkiezingen aankwamen. „Ik kwam twee keer op dezelfde markt, en toen vroegen mensen of het soms weer Rooie Zaterdag was. Niemand had door dat er verkiezingen waren en waar ze over gingen. In die zin is de opkomst me nog meegevallen.”

Toch proberen de provincies bij elke Provinciale Statenverkiezing weer de aandacht te trekken. Tevergeefs. Volgens minister Ter Horst moet dat ook anders, zegt haar woordvoerder. Provincies moeten inderdaad hun herkenbaarheid vergroten. Niet om zichzelf koste wat kost op de agenda te zetten. „Ze moeten niet alleen in de twee weken voor de verkiezingen de straat op gaan, maar vier jaar lang de dingen doen waar ze voor zijn, en dat ook uitdragen.” Dan komt de interesse vanzelf wel, zegt de woordvoerder. „De provincies gaan over ruimtelijke ordening, infrastructuur en milieu. Mensen vinden dat belangrijk.”

Betere communicatie biedt geen oplossing, schrijft bestuurskundige Klaartje Peters. Zij schreef het recent verschenen boek Het opgeblazen bestuur, een kritische kijk op de provincie. De provincies geven volgens Peters al miljoenen uit aan „propaganda”. In een recent interview met NRC Handelsblad zei ze: „Toen de opkomstpercentages daalden tot onder de vijftig zijn ze in paniek geraakt.”

Peters: „Bij een debat zeiden provinciale lijsttrekkers me dat de kiezers met hen ‘afrekenen’. Dat geloof je toch zelf niet! Niemand heeft enig idee wat ze doen met de stem die je ooit gaf. Het is een niet functionerende, holle democratie.” Volgens Peters kunnen de provincies als democratische bestuurslaag het beste worden afgeschaft. Ook bestuurskundige Jouke de Vries ziet daar wel iets in. „Dan heb je dat hele circus van de Provinciale Staten ook niet meer nodig.”