Hart van stemmer heeft gezegevierd

Na alle electorale aardverschuivingen, waren dit nu eens verkiezingen zonder grote verrassingen. De PvdA moet zich zorgen gaan maken.

Verkiezingen voor Provinciale Staten gelden als ‘tweederangs’ verkiezingen: er staat geen machtsvraag op het spel, wat kiezers de ruimte geeft ‘met hun hart’ te stemmen. Het is echter de vraag of dat deze keer ook opging. Immers, via de Provinciale Staten oefenen de kiezers invloed uit op de samenstelling van de Eerste Kamer, en vóór deze Statenverkiezingen werd volop gespeculeerd over de mogelijkheid dat de kersverse coalitie daar straks niet meer over een meerderheid zou beschikken. Indirect stond er deze keer dus wel een echte machtsvraag op het spel.

Uit een gisteren in opdracht van de NOS gehouden enquête van Maurice de Hond onder 10.000 stemgerechtigden blijkt dat ongeveer de helft van degenen die hun stem hebben uitgebracht dat in de eerste plaats deden met het oog op de samenstelling van de senaat. Kiezers realiseerden zich dus dat die machtsvraag op het spel stond.

Met het hart stemmen leidt in het algemeen tot minder steun voor de grote partijen, om de macht stemmen tot meer. Ten opzichte van de verkiezingen voor de Tweede Kamer op 22 november vorig jaar hebben de drie grootste partijen ingeleverd. Van de grote vier won alleen de VVD. Vrij fors ook – 3,5 procentpunt – maar dit kan deels op het conto worden geschreven van het niet meedoen van de Partij voor de Vrijheid van Geert Wilders. De kleinere partijen – GroenLinks, ChristenUnie, Partij voor de Dieren, SGP én D66 – wonnen allemaal ten opzichte van de Kamerverkiezingen. Het hart lijkt dus te hebben gezegevierd, ondanks de machtsvraag.

Ten opzichte van de vorige Statenverkiezingen valt de grote winst van de SP en in mindere mate die van de ChristenUnie op. Maar verrassend waren die niet: ze bevestigen de scores bij de Kamerverkiezingen. De SP is in een flink aantal gemeenten de grootste geworden. In Brabant en Limburg neemt de partij de positie van de PvdA als eerste linkse partij over. Ook de oude communisten in Noordoost-Groningen hebben zich en masse bekeerd tot de partij van Jan Marijnissen. In Reiderland werd de SP zelfs de grootste, met ruim een derde van de stemmen.

Het niet meedoen van de PVV bemoeilijkt de vergelijking van de uitslagen met die van november vorig jaar. Uit de enquête van De Hond blijkt dat van de Wilders-aanhang van toen nu ruim tweederde is thuisgebleven. Van de rest stemde tweederde VVD – niet genoeg om de winst van de VVD te verklaren. Een groter deel van de VVD-winst komt van overgelopen CDA-stemmers. Bijna 10 procent van degenen die in november het CDA steunden, stemde nu VVD.

Het is gebruikelijk dat de opkomst hoger is onder ouderen dan onder jongeren, hoger onder personen met hoge inkomens dan onder personen met lage inkomens. Dat was deze keer ook zo. Maar ook van de 55-plussers bleef 40 procent thuis, van dubbelmodaal en hoger bleef 45 procent thuis.

Enkele lange termijnontwikkelingen in het stemgedrag van demografische categorieën werden bevestigd. Zo scoorde de SP véél beter onder vrouwen dan onder mannen, net als in november. Een decennium geleden was de SP nog een echte mannenpartij. GroenLinks was toen meer een vrouwenpartij, maar scoort nu onder beide geslachten gelijk. De VVD-aanhang is onder mannen bijna anderhalf keer zo groot als onder vrouwen. In mindere mate steunt ook het CDA steeds sterker op mannelijke kiezers.

De stelling dat wie de jeugd heeft, de toekomst heeft, gaat ook op voor politieke partijen. Kiezers blijven hun op jonge leeftijd gevormde partijvoorkeuren relatief trouw. Dat is goed nieuws voor het CDA, want de partij haalde 30 procent van de stemmen van 18 tot 25-jarigen binnen en was daarmee verreweg de grootste onder jongeren. De partij scoort daarentegen zwak onder degenen die in de jaren zeventig en tachtig voor het eerst mochten stemmen.

Het leeftijdsprofiel van de achterban moet de PvdA veel zorgen baren. Onder de jongste categorie is de partij nog niet half zo groot als het CDA. Alleen onder de 45 tot 55-jarigen zijn de sociaal-democraten iets populairder dan het CDA, maar domper op de vreugde daarover zal zijn dat de SP dat ook is, en vrijwel even veel aanhang heeft. Aangezien dat onmogelijk kiezers kunnen zijn die twintig jaar geleden al SP stemden, betekent dit dat de PvdA ook onder zijn oude aanhang vele kiezers is kwijtgeraakt aan de SP. Dat verlies wordt niet gecompenseerd door jonge aanwas.

De ChristenUnie slaagt er wel in jongeren aan zich te binden. Beneden de 35 jaar doet de partij het zelfs beter dan onder 55-plussers.

Beneden modaal is de SP inmiddels verreweg de grootste partij, en ook rond modaal is de partij groter dan de PvdA. Dat de PvdA zich de SP uiteindelijk nog net van het lijf kan houden, komt door de steun die de sociaal-democraten genieten onder kiezers met een bovenmodaal, en dan vooral boven twee keer modaal, inkomen.

Bekijk de uitslagen van elke gemeente afzonderlijk op: nrc.nl/uitslagen