Gergjevs Brahms is voortreffelijk

Concert: Rotterdams Philh. Orkest o.l.v. Valery Gergjev. Gehoord: 7/3 De Doelen Rotterdam. Herh.: 8, 9, 11/03. Res.: 010-2171717.

Nog zestien concerten heeft Valery Gergjev te gaan voor zijn vertrek als chef-dirigent van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, afgezien van optredens in het Gergjev Festival. Op al die concerten tot half 2008 klinkt Brahms, slechts in één programma gecombineerd met Mahlers Vierde symfonie.

Gergjevs Brahms-cyclus belooft enerverend en opzienbarend te worden, bleek gisteren bij de opening. Zijn Brahms blijft verre van het bedaagde neoklassieke imago van de Weense componist.

De opvattingen van Gergjev over Brahms hebben een belangrijke ontwikkeling doorgemaakt. In 1994 was de Derde symfonie een onvergetelijke gebeurtenis. Dat was vooral Brahms zoals Brahms moest zijn: geweldig, meeslepend, indrukwekkend. In 1999 was de Vierde symfonie niet weldadig kabbelend maar krachtig en karaktervol, met veel onstuimige ‘Sturm und Drang’.

Gisteravond begon Gergjev met een voortvarende Akademische Fest-Ouvertüre: de muziek van het voetballied Hup, Holland hup. Het Dubbelconcert werd gespeeld met voortreffelijke solisten uit het orkest: concertmeester Igor Gruppman en solocellist Floris Mijnders. De uitvoering was vooral kamermuzikaal, want ook in de orkestpassages zocht de chef-dirigent liever naar het kleine en intieme dan naar het grote en overweldigende.

Het zwaartepunt van het concert lag in de Vierde symfonie, ver voorbij de standaard. Gergjev tekende voor een hoogst persoonlijke interpretatie in een perfectionistische en prachtig gespeelde afwisseling van dynamiek en klank.

Gergjev zoekt meer en dieper achter de overbekende noten en vindt daar, meer dan vroeger, een sterk geïntensiveerde lading, met veel dramatisch reliëf en een bijna Mahleriaanse dubbelzinnigheid. Dat leidt in het tweede deel tot een verblindend lichte extase en verderop tot een sterk geagiteerde sfeer, zeer verontrustend, zelfs Russisch- doodsdriftig.