Geestelijken tegen Afghaanse amnestie

De Islamitische Raad van Afghanistan, het hoogste orgaan van geestelijken in het land, heeft zich gisteren uitgesproken tegen het amnestievoorstel voor voormalige mujahedeen. Volgens dat wetsvoorstel worden strijders die tijdens de Sovjetbezetting en de daaropvolgende burgeroorlog oorlogsmisdaden hebben begaan, niet vervolgd. De gedachte is dat dit ten goede komt aan verzoening en vrede in het land.

De twee huizen van het parlement, waarin veel krijgsheren zitting hebben, namen het voorstel vorige maand met een grote meerderheid aan. President Hamid Karzai staat nu voor een dilemma: of hij volgt zijn democratisch gekozen parlement en bekrachtigt het voorstel tot wet, of hij luistert naar de internationale gemeenschap, die tegen straffeloosheid is en waarvan hij compleet afhankelijk is. Momenteel onderzoeken zijn juristen of de amnestiewet in overeenstemming is met de grondwet, die deels is gebaseerd op het islamitische recht.

De Islamitische Raad zegt dat volgens het islamitische recht alleen de slachtoffers tot vergeving kunnen beslissen.

In tegenstelling tot eerdere berichten zou de amnestieregeling alleen van toepassing zijn op oud-strijders die de Afghaanse grondwet en de regering-Karzai erkennen. Dat zou betekenen dat Talibaan-leider Mullah Omar en oud-premier en voortvluchtig krijgsheer Gulbuddin Hekmatyar er geen aanspraak op kunnen maken. (AP)