Geef jóuw mening!

‘Vertel wat je van dit boek vindt, en maak kans op 100 euro aan cadeaubonnen.” „Beoordeel deze aflevering: STEM!” De intocht van de interactie ging gepaard met een wildgroei aan opiniepeilingen. Klik op bol.com of op uitzendinggemist.nl iets aan, en je krijgt het verzoek het aangeklikte te beoordelen.

En dat doen we maar al te graag. Op nieuwsfora kan iedereen meemopperen op politici, je kunt cijfers geven voor de schoenkeuze van televisiesterren of sukkels van schermen wegstemmen.

De meningeneconomie heeft twee partijen: meninggevenden (consumenten, kiezers, columnisten) en meningzoekenden (bedrijven, politici, mediasterren). Beiden verlangen naar bevestiging. Het credo is niet alleen het ‘ik vind, dus ik ben’ van de meninggevenden, maar ook het ‘men vindt, dus ik ben’ van de meningzoekenden.

Complexer wordt dit spel zodra de meningzoekende merkt dat hij aandacht krijgt door zich scherp te profileren als meninggevende („Minder islam!”). Ook de meninggevende vergaart aanzien door zich op zijn beurt becommentarieerd te weten. Zo verandert de wereld langzaamaan in een glazen huis waarin iedereen gelijktijdig oordeelt en beoordeeld wordt. Daarbinnen woedt een verhitte concurrentiestrijd. Door de overvloed aan meninggevenden keldert de waarde van een mening, maar voor de meningzoekende is deze ook steeds minder van belang: het aantal opgestoken duimen vanaf de tribune telt, niet de motivatie achter dat gebaar. Aantallen winnen het van inhoud, gebaren van motivaties. Resultaat: de algehele vervlakking. Allemaal erg onaangenaam.

Wie moeten er tegen deze gang van zaken in het geweer komen? De intellectuelen, die – stug tegen de meningeneconomie in – hun diepgefundeerde inzichten openbaren? Ook zij zullen moeten dingen naar de gunst van een klankbord. De politici, door zich minder stellig opiniërend te profileren? Maar dan haakt de kiezer af. De media dan, door louter nog feiten te brengen? Lezers en adverteerders rennen naar de concurrent! De teloorgang is onafwendbaar. Of dacht je van niet? Geef jóuw mening!

Christiaan Weijts

Schrijver van het boek Art. 285b.