Flamboyante reis door leven van Edith Piaf

La vie en rose (La môme)

Regie: Olivier Dahan. Met: Marion Cotillard, Sylvie Testud, Gérard Depardieu. In: 29 bioscopen.

***--

Eindelijk is het dan zover. Dan zingt ze aan het einde van de film Non, je ne regrette rien. Gebroken harten, ruzies, drugs, doden, misschien wel moorden. Nee, van niets hoeft ze spijt te hebben. Als één ding duidelijk wordt uit de chaotische, enerverende, onbevredigende en flamboyante reis door het leven van zangeres Édith Piaf (1915-1963) dan wel dit: zij heeft geleefd.

Het leven van Piaf is kleurrijk genoeg: opgegroeid in kroegen en bordelen, beurtelings door vader en moeder in de steek gelaten, bevriend met groten der aarde als Jean Cocteau en Marlene Dietrich, verstrikt in een haat-liefdeverhouding met haar ontdekker Louis Leplée (Gérard Depardieu). Ze zong de ziel uit haar lijf en bereikte de harten van velen. Regisseur en co-scenarist Olivier Dahan schakelt vooral heen en weer tussen haar jeugdjaren en haar laatste grote concert in New York. De oorlogsjaren of de vriendschappen – al die dingen die een biografie kleur kunnen geven, vindt hij duidelijk minder interessant. Over Piafs rol in het verzet komen we nauwelijks iets te weten. Dietrich wordt een onherkenbare bijfiguur en Cocteau zit niet eens in de film.

Het lijkt voor Olivier Dahan bijna een belemmering dat Piaf (in de film de verbluffende lookalike Marion Cotillard) echt bestaan heeft. Nu moet hij zich wel aan een paar feiten houden, en kan hij zijn fantasie niet helemaal de vrije loop laten.

Dana Linssen