Een stellig pleidooi voor de twijfel en de nuance

Twijfel en nuance zijn tegenwoordig taboe.

Stellige en ongenuanceerde oneliners, daar gaat het om.

Het zijn twee kanten van dezelfde medaille: het taboe op nuance en twijfel en de triomf van de stelligheid. Zwart-wit denken luidt tegenwoordig het devies. Wie zegt ‘recht door zee’ te zijn, er ‘geen doekjes om windt’ en in ‘Jip-en-Janneke’-taal spreekt, heeft de tijdgeest te pakken. De vraag naar ‘duidelijke’ standpunten is nog nooit zo groot geweest. De kracht van motto’s en oneliners is zo mogelijk nog groter. Terwijl ‘regels zijn regels’ nog nagalmt in ons onderbewuste, klinkt alweer het nieuwe dictum ‘samen leven samen werken’. Recht doen aan de realiteit is niet langer relevant; als het maar stellig klinkt. „Wie niet voor ons is, is tegen ons”, sprak president Bush. En zo geschiedde.

Niet alleen de politiek heeft het stelligheidsvirus gevat. Ook in het dagelijkse leven is een sterke mening geboden. Een film afdoen met een vrijblijvend ‘leuk’ is uit den boze; televisie kijken zonder te stemmen is niet meer van deze tijd. Zelfs de sport bestaat bij gratie van de wedstrijdanalyse. We moeten immers weten of de nul-nul ‘onverdiend’, ‘miraculeus’ of ‘bloedeloos’ was.

Henkjan Smits, Bram Moszkowicz, Jort Kelder: hun gebrek aan zelfrelativering verklaart hun kijkcijfersucces. Politiek ligt het niet anders. Rita Verdonk wist van geen wijken; het leverde haar 600 duizend stemmen op. Geert Wilders is uit hetzelfde politieke hout gesneden. En Alexander Pechtold? „Twijfel en nuance waren bij ons altijd een teken van kracht en niet van zwakte”, zei hij vorig voorjaar in nrc.next. Vorig voorjaar, toen D66 nog liefst zes zetels had.

Waarom legt de twijfel het de laatste jaren af tegen de vastbeslotenheid? Waarom verliest de nuance het van het ondubbelzinnige? Het antwoord hangt samen met de toenemende complexiteit van de wereld. Gevoed door een steeds groter aantal informatiekanalen, groeit bij de burger het besef dat niets meer klip en klaar of eenduidig is. Ieder mes snijdt aan twee of soms wel twintig kanten. De met ondeugdelijke argumenten omgeven invasie in Irak valt moelijk te verdragen, het regime van Saddam evenmin. De doodstraf voor de dictator moest principieel verworpen; om zijn dood werd evenwel niet gerouwd. Idealisme is voor de mens met oogkleppen op; wie kiest voor het milieu, kiest tegen de economie; wie gaat voor sociaal, wil niet meeglobaliseren. Zelfs het vanouds onomstreden ‘weldoen’, is niet meer te vertrouwen, nu we weten dat ontwikkelingshulp in Afrika vaak averechts werkt, goede doelen hun fondsen in reclames steken en Nobelprijswaardige microkredieten soms voor woekerrentes over de toonbank gaan.

Zo’n wereld vraagt om helderheid. Orde in chaos scheppen is hét middel tot identiteitsbehoud. De explosieve groei van fora, blogs, columns en opiniepeilingen wordt er deels door verklaard. Het is eten of gegeten worden. Wie de stortvloed van informatie niet weet terug te brengen tot eigen waarheden en een samenhangend wereldbeeld, zal verzuipen. Wie ingewikkelde problemen weet te parereren met hapklare opvattingen, heeft de grootste overlevingskans. Zie het succes van Marijnissen, Verdonk en Wilders: complexiteit schaadt hen niet, het maakt hun simplisme juist overtuigender. Vierhonderd jaar na René Descartes geldt: ik vind dus ik ben.

Uit de zapcultuur is bovendien een snel verveeld publiek geboren. De afstandsbediening ligt op de loer. Matthijs van Nieuwkerk, Jeroen Pauw en Paul Witteman hebben dat goed begrepen. Bij hen geen ruimte voor tijdrovende nuance, hun minuten zijn duurbetaald. Zo krijgen de kant-en-klaar-meningen vrij spel. Ook de hedendaagse krantenlezer heeft geen tijd voor reflectie, op Utrecht Centraal moet hij er immers weer uit.

Maar vraagt deze tijd niet juist om reflectie en bezinning? Geeft het opschorten van een onmiddellijk oordeel niet blijk van een groot realiteitsbesef? Het besef dat ‘orde scheppen’ vaak geen recht doet aan de wanorde die de wereld is; dat zwart-wit denken de grijze werkelijkheid niet dekt; dat regels niet zonder interpretaties kunnen. Twijfel is geen zwaktebod maar geeft blijk van moed. Zo schrijdt ook de wetenschap voort: door het besef van de eigen feilbaarheid. Of, zoals Godfried Bomans schreef: „Een methode is in het rijk van de geest te vergelijken met een kruk. De ware denker loopt vrij.”

Ingmar Vriesema en Rob Wijnberg zijn opinieredacteur van nrc.next.

Wat vond u van dit artikel? Mail nu snel naar opinext@nrc.nl!