Een gigantische sudoku

Keith Tysons Large Field Array bevat driehonderd sculpturen die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Het kunstwerk zat al jaren gedetailleerd in zijn hoofd.

Vijftig mensen bouwden jarenlang aan Large Field Array van de Britse kunstenaar Keith Tyson. Nu zijn de 300 sculpturen voor het eerst samen te zien, in De Pont in Tilburg.

Beeldend kunstenaar Keith Tyson moet weer lachen als hij terugdenkt aan de dag, nu zo’n twee jaar geleden, dat hij zijn Londense galerie binnenwandelde met plannen voor een nieuw project. „Ik vertelde dat ik een kunstwerk wilde maken dat het hele universum zou omvatten. Het moest uit zo’n driehonderd sculpturen bestaan. En ja, het zou wel wat gaan kosten. ‘Are you in or are you out?’, vroeg ik mijn galeriehouder. Hij antwoordde dat ik gestoord was, maar dat hij meedeed.”

In het museumrestaurant van De Pont in Tilburg proosten Keith Tyson (Ulverston, 1969) en zijn galeriehouder met een glas Brabants trappistenbier op de goede afloop. Het universum is er gekomen en is nu voor het eerst in zijn geheel te zien. Het is een krankzinnig kunstwerk geworden, dat zijn gelijke in de hedendaagse kunst niet kent. Zowat het hele vloeroppervlak van de voormalige fabriekshal van De Pont wordt in beslag genomen door de beelden, die in lange rijen staan opgesteld. De meeste werken hebben een kubusvorm met een standaardformaat van 60x60x60 centimeter. Toch zijn geen twee beelden hetzelfde.

Je slentert door de paden, en passeert onderweg adembenemende taferelen. In een van de kubussen maakt een modderpoel borrelende geluiden. Ernaast ligt een kubus die met menselijke huid omspannen lijkt – tussen het borsthaar prijken twee getatoeëerde zwaluwen. Tegen de zijwand staat een couveuse met een akelig levensechte baby. Een paar rijen verder legt een van Tysons assistenten de laatste hand aan een orkaan. Het natuurverschijnsel zit gevangen in een houten doos en kan bekeken worden door een luikje.

De Engelse kunstenaar noemde zijn kunstwerk Large Field Array, naar het beroemde observatorium Very Large Array in de woestijn van New Mexico. Dat veld bestaat uit 27 geavanceerde radiotelescopen die continu naar de hemel gericht staan, in de hoop dat er berichten uit de ruimte mee worden opgevangen. „De schotels in New Mexico spiegelen de buitenwereld, maar tegelijkertijd zeggen ze ook iets over onszelf”, legt Tyson uit. „Je kunt Very Large Array zien als het streven van de mensheid om zichzelf te begrijpen. Op vergelijkbare wijze onderzoekt mijn kunstwerk hoe onze wereld in elkaar zit.”

Aan Large Field Array ligt een zeer ingewikkeld patroon ten grondslag. Alle lijnen van de plattegrond, de rechte paden maar ook de diagonalen, zijn met elkaar verbonden. Zo is er een ‘straat’ waar achtereenvolgens sculpturen van de zon (weliswaar vierkant, maar wel heel warm), Mercurius, Venus, aarde, de maan, Mars, Jupiter, Saturnus en Neptunus te vinden zijn. Er is een pad met waterstof, helium, zuurstof, lithium en borium. Maar je kunt ook langs een lijn met schaakstukken lopen, of langs een lijn met communicatiemiddelen. Daartoe horen behalve een telefoon en een tv ook een woordenboek, en een mug – de overdrager van besmettelijke ziektes.

„Het is eigenlijk een gigantische sudoku”, zegt Tyson. „ We hebben er twee jaar lang met vijftig man aan gewerkt. Met kunstenaars, maar ook technici, ingenieurs, modelbouwers en natuurkundigen. Maar het in elkaar zetten van die puzzel was het moeilijkste gedeelte. Mentaal ben ik er al een decennium mee bezig. Het heeft veel tijd en stress gekost om alles in mijn hoofd op de juiste plek te krijgen.”

Iedere doos heeft zijn vaste positie die aansluit bij de kunstwerken eromheen. Daarom, legt Tyson uit, kan bijvoorbeeld de sculptuur van een zwarte Siamese tweeling die basketbal speelt in shirts van de L.A. Lakers op geen andere plek staan dan daar, tussen een kubus met sterren uit de Walk of Fame en een kubus met de Hollywood-letters. „Volgens de sterrenbeeldlijn moest daar een beeld komen van een tweeling. Maar het moest ook te maken hebben met sport, Los Angeles en de geschiedenis van zwarte Amerikanen. ”

‘De maffe kunstprofessor’ wordt Keith Tyson in kunstkringen wel genoemd. Met zijn forse postuur, zijn lange donkere krulhaar en zijn ringbaardje zou hij zo door kunnen gaan voor een prettig gestoorde wetenschapper. Hij praat rap en denkt nog sneller. Zijn gedachtegangen zijn soms volstrekt onnavolgbaar, maar hij weet ze met zoveel enthousiaste gebaren over te brengen dat je hem direct gelooft. Hij is geïnteresseerd in zaken als de relativiteitstheorie en de Big Bang, in wiskunde en kansberekening, in variabelen en algoritmes.

De eerste werken waarmee hij begin jaren negentig als kunstenaar naar buiten trad waren machines die at random ideeën voor kunstwerken produceerden. Tyson goot ooit het complete menu van fastfoodketen Kentucky Fried Chicken af in lood en maakte schilderijen waarvan hij de kleuren bepaalde door roulette te spelen. Persoonlijke kwalificaties als ‘stijl’ of ‘handschrift’ werden daarmee buitenspel gezet. In 2001 vertegenwoordigde hij zijn land op de Biënnale van Venetië met een moderne interpretatie van Rodins beeld De Denker. Tysons The Thinker bestond uit een grote zeshoekige zwarte zuil gevuld met computers. Hun zachte gebrom was volgens de kunstenaar afkomstig van een „comateuze God die zijn eigen wereld aan het bestieren was”. Een jaar later won Keith Tyson de Turner Prize.

Large Field Array is misschien wel zijn meest autobiografische werk tot nu toe. Sommige kubussen, zoals die met de eindeloos draaiende roulettetafel of het beeld van een vader die zijn zoontje er met een riem van langs geeft, verwijzen naar zijn eigen leven. „Ik ben een notoire gokker geweest”, bekent Tyson. „En ik heb geen al te beste jeugd gehad. Ik heb op een lom-school gezeten. Toen ik zestien was, kon ik nauwelijks lezen, maar wel een computer programmeren.” Tyson verliet de middelbare school op zijn vijftiende. Vier jaar lang werkte hij op een scheepswerf, daarna meldde hij zich aan bij het Cumbria College of Art in Carlisle.

„Pas nu begin ik me te realiseren dat ik waarschijnlijk een meer dan gemiddelde intelligentie heb”, zegt hij. „Ik kan veel onthouden. Dit hele kunstwerk, met al zijn details en zijn verbanden, heb ik lang in mijn hoofd rondgedragen. Toen ik het gisteren voor het eerst in voltooide staat zag, was mijn eerste reactie: eindelijk heb ik kunnen namaken hoe het er in mijn hoofd uitziet.”

Ooit moet er één kubus de eerste geweest zijn. Hoe heeft hij bepaald hoe die eruit moest zien? „Hoe maak jij de keuze welke kleren je vandaag aantrekt?”, retourneert Tyson. „Dat weten we niet, en dat is nu juist het mooie. Het is een bijzondere mix van toeval, beschikbaarheid, de omstandigheden en een beetje vrije wil. Ik weet niet waarom ik de keuzes maak die ik maak. Ik kan je niet vertellen welke doos de eerste was. Het houdt ook niet op bij de laatste rij. De stroom die het gebruikt komt uit de elektriciteitscentrale. Ook op die schaal is alles met elkaar verbonden. Dit is groter dan mijzelf.”

Er waren momenten, zo geeft Tyson toe, dat hij door de bomen het bos niet meer zag. „Twee jaar lang stop je er veel tijd en geld in, maar al die tijd heb je nog geen glimp kunnen zien van het eindresultaat. Dan denk je: waar ben ik in godsnaam mee bezig?”

Tentoonstelling

Keith Tyson: Large Field Array

T/m 17 juni in De Pont, Tilburg. Inl: www.depont.nl