Dubbel

Het merkwaardige feit deed zich voor dat naar mijn adres drie stempassen voor de verkiezingen waren gestuurd: een op mijn naam, twéé op naam van mijn vrouw.

Wat zouden we nu krijgen?

Twee stempassen dus.

Voor één persoon.

Eerst overwogen we om er eentje gewoon thuis te laten, als een soort bastaardkindje waar je je een beetje voor schaamt. Aan de andere kant, misschien vonden ze het in het stemlokaal wel interessant om zoiets van nabij te zien. Dus toch maar meegenomen.

Dat was een verstandige beslissing. We kwamen als geroepen toen we aan het begin van de middag het stemlokaal, gelegen in een lagere school, betraden. Het was er erg rustig, de dienstdoende ambtenaren achter de tafels wilden eindelijk wel eens iets groots en meeslepends beleven.

Mijn vrouw liet de ambtenaar die als gastheer bij de deur stond, haar twee kaarten zien. Hij verbleekte onmiddellijk.

„Twee kaarten? Dat kan niet.”

Hij nam de kaarten over en leidde ons opgewonden naar de ambtenaar die aan de verste kant van een van de tafels zat – kennelijk de aangewezen functionaris voor de moeilijkere gevallen. De man nam de kaarten aan, wierp er een wantrouwige blik op en zei: „Twee kaarten? Dat kan niet.”

Toen keek hij mijn vrouw doordringend aan en vroeg: „Bent u soms onlangs verhuisd?”

Dat was niet het geval.

Hij legde de kaarten voor zich op het bureau, bestudeerde ze een poosje met de aandacht van een lijkschouwer en zei: „Dit is ongelofelijk.”

Hij sloeg zijn blik weer naar mijn vrouw op en zuchtte: „U kunt ook niet twee keer geboren zijn?”

Wij lachten beschaafd.

De ambtenaar keek zijn collega aan die ons had begeleid en nog steeds op een bevredigend antwoord stond te wachten – net als wij trouwens. „Het is krankzinnig”, zei hij.

De collega knikte. „Deze mevrouw is zo eerlijk om het te melden, ze had ook met die tweede kaart naar een ander stembureau kunnen lopen om opnieuw haar stem uit te brengen.”

Ik had bijna gezegd: „Als ze daarmee de PvdA had kunnen helpen, had ze het gedaan, zó eerlijk is ze nou ook weer niet” – maar ik beheerste me. Om de commotie nog wat op te poken, zei ik alleen maar: „Stel je voor dat dit op grote schaal is gebeurd – dan kunnen we de verkiezingen wel overdoen.”

De ambtenaar achter de tafel knikte ernstig. „Dit heb ik nog nooit meegemaakt. We gaan het uitzoeken.” Hij zette een stempel op de kaarten en legde ze apart.

Toen mochten we eindelijk gaan stemmen. Met zo’n rood potlood uit de Middeleeuwen van Amsterdam. Maar ik was te veel afgeleid om me in het stemhokje goed te kunnen concentreren. Wat was dit voor een land aan het worden? Dubbele paspoorten! Dubbele stempassen! Het hield niet meer op.

In gedachten hoorde ik Wilders al roepen: „Deze verkiezingen zijn ongeldig, mevrouw de voorzitter! Een integere columnist, een van de weinige in Nederland, overigens niet van mijn favoriete krant, heeft in Amsterdam ontdekt dat er grote fouten zijn gemaakt, vermoedelijk opzettelijk door linkse ambtenaren die de PvdA wilden bevoordelen. Wordt nu ook onze democratie vermoord door een kogel van links? Het is een schánde dat...”