De poffertjeskraam gaat als eerste plat

De komende vijftien jaar is het centrum van Utrecht één grote bouwput.

Milieunormen vormen de grootste bedreiging voor het project.

Het begint nog allemaal kleinschalig: de poffertjeskraam op het Utrechtse Vredenburg gaat tegen de vlakte en over twee weken worden de bomen op het plein geveld. Het zijn, na twintig jaar praten en plannen, de eerste tastbare tekenen van het megaproject ‘Aanpak Stationsgebied Utrecht’. Vanaf nu is dit gebied vijftien jaar een bouwput.

Het project betreft grofweg het Vredenburgplein, winkelcentrum Hoog Catharijne, Utrecht centraal station en het Jaarbeursterrein. Een gebied van 92 hectare groot, tweehonderd voetbalvelden.

Het Vredenburgplein wordt nu bouwrijp gemaakt. ‘Eindelijk’, volgens veel Utrechters, want er wordt al jaren over het stationsgebied gesproken, gestemd en gesteggeld. De nieuwbouw moet een einde maken aan de overlast in het overdekte winkelcentrum Hoog Catharijne, dat drugsverslaafden, daklozen en hangjeugd aantrekt. Met de nieuwbouw wil de stad bovendien beter functioneren als openbaar vervoersknooppunt. Ook komen er meer woningen, kantoren en horeca in het gebied.

De eerste concrete plannen stammen uit begin jaren negentig. Onvrede over die plannen was een van de factoren die leidden tot de oprichting van Leefbaar Utrecht (LU) in 1997. De partij had in 2000 al veertien zetels. In 2002 beslisten de Utrechters in een referendum mee over de toekomst van het stationsgebied. Ze kozen voor ‘Visie A: Stadshart verruimd’. Het huidige plan is daarop gebaseerd.

Bijna het hele centrum, behalve de middeleeuwse binnenstad, krijgt een ander uiterlijk. Over vijftien jaar is het station een ‘OV-terminal’, stroomt er weer water door de Catharijnesingel, en staan er aan het Jaarbeursplein een casino en een megabioscoop met achttien zalen.

Het project is begroot op drie miljard euro. Ongeveer 400 miljoen euro komt van de gemeente Utrecht, vrijwel net zoveel van het rijk. De rest wordt geïnvesteerd door private partijen. De belangrijkste ontwikkelaars zijn Corio (eigenaar van Hoog Catharijne), NS Vastgoed en de Jaarbeurs.

De bouw zou eigenlijk vorig jaar al beginnen, maar het niet halen van Europese richtlijnen voor schone lucht zorgde voor vertraging. Verantwoordelijk wethouder Harm Janssen (CDA): „Toen deze plannen werden gemaakt, hield vrijwel niemand nog rekening met de nieuwe regelgeving rondom luchtverontreiniging. De consequenties daarvan konden we niet voorzien.” Maar associaties met andere grote stadsprojecten die duurder uitvallen en langer duren dan gepland, zoals de Haagse tramtunnel of de Noord/Zuidlijn in Amsterdam, heeft Janssen niet. „Als we er nu al vanuit gaan dat we vertraging oplopen, kunnen we er beter niet aan beginnen. Maar er kan in die vijftien jaar nog van alles gebeuren.”

Nog altijd vormen milieunormen de grootste bedreiging voor het project. Met name aan de westkant van het station, rondom het Jaarbeursplein en het belendende verkeersknooppunt Westplein is de luchtkwaliteit ondermaats.

In grote lijnen is duidelijk hoe het stationsgebied er over vijftien jaar uitziet, maar er zijn nog altijd witte plekken. Zo is niet bekend waar de nieuwe grote bibliotheek gaat komen. Ook zijn nog lang niet alle contracten rond. Dat baart oppositiepartij Leefbaar Utrecht zorgen. „Het is tot nu toe redelijk gelukt om bij Visie A te blijven”, zegt fractievoorzitter Vincent Oldenborg. „Maar er is constante druk vanuit de ontwikkelaars om meer te bouwen, met name meer kantoorruimte en dat is niet waarvoor Utrecht heeft gekozen”, zegt Oldenborg. Volgens de plannen komen in het gebied 2.070 woningen en 180.000 vierkante meter kantoorruimte. De gemeente heeft een optie genomen op 100.000 vierkante meter extra kantoorruimte.

Oppositiepartij SP maakt zich zorgen over de macht van de private partijen in dit miljardenproject. „De gemeente heeft nauwelijks grond in dit gebied en moet dus meehobbelen met de ontwikkelaars”, zegt fractievoorzitter Tim Schipper. „Bovendien is er met Corio, de eigenaar van Hoog Catharijne, een deal gesloten dat zij ook het nieuwe winkelcentrum in Leidsche Rijn mogen ontwikkelen. Zíj bepalen dus wie er in de grote Utrechtse winkelcentra zitten. De kleine ondernemers zijn de dupe.”

Volgens wethouder Janssen heeft Utrecht met een relatief kleine investering van 90 miljoen – het overige van de ruim 400 miljoen wordt weer terugverdiend door exploitatie – de maximale regie in handen. „De afspraken met Corio zijn erop gebaseerd dat zij eerst prestaties leveren voordat ze in Leidsche Rijn aan de gang mogen. Alle partijen moeten samenwerken om dit te laten slagen.”

Behalve de (her)bouw van winkelcentra, horecagelegenheden, huizen en kantoren, voorziet het project ook in een nieuwe verbinding tussen Leidsche Rijn in het westen en De Uithof, waar hogeschool en universiteit zijn gevestigd, in het oosten. Deze moet in 2020 klaar zijn.

Het zwaartepunt van de bouwactiviteiten ligt in 2009, als op vier of vijf locaties tegelijk een bouwput open ligt. De OV-terminal, die op termijn honderd miljoen mensen per jaar moet kunnen verwerken, is dan in aanbouw, net als het Jaarbeursplein, de Catharijnesingel, de grote parkeergarage bij Hoog Catharijne en het Vredenburgplein. Goed ‘bouwputmanagement’ moet er voor zorgen dat het stadsleven ook tegen die tijd zijn doorgang kan vinden. Het streven van de gemeente is ‘dat er geen winkel hoeft te sluiten’.

Lees alles over het project op: www.utrecht.nl/smartsite.dws?id=4537