Alles met auto’s trekt kijkers

Vroeger was er maar één autoprogramma op de televisie: ‘Wereld op Wielen’. Tegenwoordig hebben de autoliefhebbers keus te over. Van informatief tot koddig.

Voor autoliefhebbers valt er op de tv momenteel veel te zappen. Tenminste, als u geen kritische televisiekijker bent. Want allereerst zijn daar de hevig gesponsorde beelden van de Pilarczyk Media groep, die voor RTL7 ‘Gek op Wielen’ met presentator/cabaretier Bavo Galama en voor RTL4 ‘Autowereld’ met presentatoren Michael Pilarczyk en Allard Kalff produceren.

Deze programma’s ontstaan in samenwerking met de autofabrikanten die zendtijd bij Pilarczyk inkopen wanneer een nieuw model onder de publieke aandacht moet worden gebracht. Deze sponsoring leidt maar al te vaak tot een overdreven complimenteuze woordenbrij. Eindredacteur Kees Baars meent echter: „Wij informeren onze kijkers op een luchtige manier over auto’s en ik geloof niet dat ‘Jan met de Pet’ in de gaten heeft dat onze programma’s betaald worden door de industrie.”

Op de vraag of hij zijn kijkers daarmee niet onderschat, zegt hij: „Nee. Ik krijg op feestjes altijd veel complimenten over onze programma’s. Als ik vertel dat we samenwerken met de autofabrikanten wil men dat niet geloven.”

In het eveneens gesponsorde AutoXperience op RTL5 doen de coureur-broers Tim en Tom Coronel ‘leuk’ met auto’s. Ook op Veronica wordt de jonge, mannelijke kijker bediend en doet Jorinde Moll een poging om het Amerikaanse MTV-programma Pimp my Ride te evenaren in De Grote Beurt. En ‘testen’ drie fotomodellen in Heels on Wheels tweedehands auto’s terwijl ze hun lippen stiften. Aardig is het nieuwe autotype waarin Erik de Zwart prototypes uit de auto-industrie laat zien en met ontwerpers praat. Maar geen van deze programma’s staat in de schaduw van het Engelse Top Gear, dat wereldwijd 350 miljoen televisiekijkers trekt.

Hoewel de gouden formule van Top Gear ten opzichte van de beginperiode aan erosie onderhevig is, mag het amusementsprogramma waarin drie Engelse ‘petrolheads’ Jeremy Clarkson, Richard Hammond en James May zowel auto’s als elkaar verbaal fileren, zich nog steeds in een ongekende populariteit verheugen. Het programma is bekend van Sydney tot München, hoewel de onderkoelde en vaak cynische Engelse humor niet overal even goed begrepen wordt.

Clarkson, die inmiddels voor zichzelf is begonnen, kon bij de BBC over een ruim budget beschikken waardoor hij onafhankelijk was van de auto-industrie, die hij daardoor zo vilein kon behandelen als hem uitkwam. Want als een fabrikant zijn nieuwe model uit – vaak terechte – angst voor slechte verkoopcijfers bloot wil stellen aan de te verwachten harde kritiek, dan kopen Clarkson en de zijnen het betreffende product zelf wel om er vervolgens letterlijk en figuurlijk niets van heel te laten. Een ander onafhankelijk Engels autoprogramma is Fifth Gear, in Nederland uitgezonden onder de naam ‘De Vijfde Versnelling’ door zowel RTL als Discovery. Fifth Gear richt zich wat minder nadrukkelijk op amusement en meer op tests.

Dat er echter in Nederland ook een markt is voor niet-commerciële autoprogramma’s bewijst KRO’s PK van Bas van Putten en Rob Kamphues. Hoewel de combinatie van de twee presentatoren – Van Putten is de narrige, oude autojournalist en Kamphues de jonge enthousiaste autoliefhebber – niet altijd even goed uit de verf komt, brengen zij een intelligent programma waarvan je niet meteen het gevoel wordt opgedrongen dat je iets moet kopen.

Maar televisie heeft niet langer het monopolie, ook andere media eisen als het om auto’s gaat hun plaats op. BNR Nieuwsradio zendt sinds ongeveer drie jaar een goed beluisterd programma uit onder de naam De Nationale Autoshow. De presentatie is in handen van Bas van Werven en Carlo Brantsen die, al dan niet met gasten uit de autobranche, keuvelen over auto’s en het autonieuws en elkaar ondertussen bekritiseren over hun vaak tegengestelde autosmaak. Die wisselwerking werkt goed volgens Van Werven.

„Carlo mag dan nauwe banden met diverse autofabrikanten onderhouden, wij maken bij BNR geen gesponsorde onderdelen. Ik wil alles kunnen zeggen wat ik wil en kan me als journalist niet veroorloven om me te laten ‘kopen’ door de industrie”, aldus Van Werven.

Brantsen, die ook een column over autonieuws verzorgt voor BNR, heeft in het verleden wel pogingen ondernomen om een dergelijk autoprogramma op de televisie te krijgen. Hoewel diverse omroepen in eerste instantie wel wat zagen in het idee, liepen de onderhandelingen altijd stuk op de centen. Inmiddels noemt uitgeverij Readershouse-Hearst, waar Brantsen hoofdredacteur is van het autoblad Carros, televisie „een aflopende zaak waar geen groei meer in zit” en bewandelt het andere paden met Carros TV.

Geïnspireerd door populaire sites als YouTube waarop gewone mensen hun boodschap aan de wereld verkondigen, laten redacteuren van het gelijknamige automagazine op de Carros-site zelfgeproduceerde filmpjes zien. Men geeft het publiek een blik achter de schermen bij het maken van reportages en voor de industrie is er plaats voor commerciële ‘banners’. Hoewel er duidelijk veel geld is geïnvesteerd in de beelden, leidt de presentatie ervan in veel gevallen tot koddige taferelen. Creatief hoofdredacteur Kees Beudeker: „De internetkijker is vergevingsgezind, stuntelig presenteren wordt charmant gevonden.”