Afwassen en praatjes maken voor de samenleving

Alle scholieren in het voortgezet onderwijs moeten verplicht drie maanden op stage in het vrijwilligerswerk. „Drie maanden is gekkenwerk.”

Het onderwerp van gesprek is hoepelen, knikkeren en touwtjespringen. Dát is lang geleden, voor de dames in verzorgingshuis De Wiekslag in het Drentse Norg. Ze zijn allen op hoge leeftijd, sommige zijn dementerend. Met behulp van gesprekken over vroeger wordt geprobeerd hun geheugen te stimuleren.

„Ging u vroeger ook touwtjespringen”, vraagt begeleidster Marjan Wieffer op duidelijke toon, in het oor van een vrouw die zichtbaar tegen de slaap vecht. Om haar heen zingt een aantal dames even later een schoolpleinliedje mee.

In dit verzorgingshuis, en vaak aan déze tafel, loopt havo-scholiere Stephanie Boxma (15) een ‘maatschappelijke stage’. Vanochtend zit ze er ook bij. Ze schenkt koffie, maakt een praatje, helpt bij het afwassen en de tafel dekken.

De stage is verplicht gesteld door haar school, het Nassau College in Assen, om leerlingen te leren iets belangeloos voor een ander te doen. „Als het niet verplicht was, zou ik dit werk niet doen”, zegt Stéphanie. Maar nu ze er is vindt ze het „ gezellig. En ze kunnen me veel leren met hun verhalen over vroeger.”

In het regeerakkoord staat dat het straks voor álle scholieren in het voortgezet onderwijs verplicht wordt: een maatschappelijke stage van drie maanden in het vrijwilligerswerk. Maar het is nog maar de vraag of die stage er ook komt. Het plan is namelijk volkomen verkeerd gevallen bij vrijwilligersorganisaties en scholen. En zíj moeten de stages gaan organiseren.

Op zich zijn ze blij met het idee voor een stage. Op dit moment heeft zelfs al 75 procent van de scholen in Nederland een maatschappelijke stage ingevoerd, vrijwillig, met subsidie van het rijk. Maar ze schrikken wel terug voor de termijn. „We vinden dat leerlingen een goed contact moeten krijgen met de samenleving, en een stage verruimt hun blik, maar drie maanden is echt gekkenwerk”, vindt Sjoerd Slagter, voorzitter van de belangenorganisatie voor het voortgezet onderwijs.

„Onhaalbaar, onbetaalbaar en onnodig”, vindt ook docente maatschappijleer op het Pleincollege Eckart in Eindhoven, Kasia Bolder. Bolder is voor het tweede jaar betrokken bij de maatschappelijke stages van vmbo-t 3 en 4. Op haar school is 20 uur verplicht gesteld. „Dat is te doen, dan hou je ze gemotiveerd. Alles daarboven is volstrekt onhaalbaar. Scholieren hebben het al heel druk.” „Gaan die drie maanden straks van de lestijd af”, vraagt Ria Zijlstra zich af. Zij is docente op het Nassau College in Assen, de school van Stephanie, die al voor het vijfde jaar maatschappelijke stages organiseert. De leerlingen mogen zelf kiezen waar ze stage lopen en de termijn is gespreid over de examenklassen. Maar zelfs met die soepele invulling is 50 uur voor de havo, en 90 uur voor vwo het maximum. Scholen hebben nu al moeite de 1.040 verplichte lesuren per jaar te halen.

Fer Loos is bang dat straks „een enorme hausse aan scholieren op het vrijwilligerswerk ontstaat”, als de stage verplicht wordt. Loos coördineert via Welzijn Eindhoven momenteel al voor 13 scholen de maatschappelijke stages. „Er zijn in Eindhoven 6.500 scholieren van 14 tot 16 jaar. Hoe krijg je die allemaal geplaatst, op 450 vrijwilligersorganisaties.” „Ik vraag me af of het straks niet te veel wordt”, zegt ook Marjan Wieffer van het verzorgingshuis in Norg. „We moeten ook nog stageplaatsen overhouden voor mbo’ers en hbo’ers.” Fer Loos is bovendien bang dat straks door de massaliteit, scholen stages zullen accepteren die nog maar weinig voorstellen. „Folderen, tuintjes wieden, is dat een ‘maatschappelijke’ stage of gewoon corvee”, zegt hij.

Wat zeurt iedereen nou? Is het niet fijn dat jongeren vrijwilligerswerk gaan doen?

Vrijwilligersorganisaties als het Rode Kruis en Humanitas hebben steeds meer moeite vrijwilligers te vinden, zo bevestigt Marius Ernsting, voorzitter van de belangenorganisatie voor het vrijwilligerswerk, de Vereniging NOV. Dertigers en veertigers hebben het tegenwoordig steeds drukker met de verzorging van ouders en kinderen in combinatie met een baan. Vrouwen werken vaker buitenshuis en er zijn steeds minder mensen kerkelijk (terwijl kerkelijken en vrouwen traditioneel veel vrijwilligerswerk doen). Dan is het toch prachtig dat jongeren straks op de markt komen?

Ja natuurlijk, zegt Ernsting. Maar hij is bang dat doordat de stage verplicht is, jongeren er tegen heug en meug aan beginnen. En daardoor juist negatief tegenover het werk gaan staan en er voor altijd op afknappen. „Vrijwilligerswerk, het woord zegt het al, moet je niet verplichten.”

Wat Ernsting bovendien steekt, is dat het kabinet „nu even per decreet” afkondigt dat scholen en vrijwilligersorganisaties de stages moeten regelen, zonder dat duidelijk is hoeveel geld daarvoor is.

Het CDA gaat ervan uit dat „we er met alle partijen uitkomen”, zegt Jan de Vries, onderwijsspecialist in de Tweede Kamer. „Er volgt nog overleg met de scholen en de vrijwilligersorganisaties over de invulling”, zegt hij. Maar de stage blijft verplicht en drie maanden. „Daarmee willen we uitdrukken dat het een substantiële stage moet worden, en dat leren iets voor een ander te betekenen, best verplicht mag zijn.” Natuurlijk, zegt De Vries, „het is een hele klus voor de organisaties. Maar we hebben het niet voor niets zo in het regeerakkoord opgeschreven.”