Vechten voor het zwemwater

De provincies maken zich in Brussel hard voor geld en invloed op wetgeving.

Want ruim zestig procent van de milieumaatregelen is van Europese makelij.

Het persbericht van de provincie Limburg laat weinig ruimte voor twijfel: „Nieuwe energie is booming en Limburg heeft alle kansen om uit te groeien tot een Europese ‘New Energy’-topregio.” Aanstaande vrijdag zal het allemaal duidelijk worden gemaakt tijdens de tweede TEFAF-business meeting in Maastricht. Dan zullen diverse deskundigen praten over „de potenties van nieuwe energie in de Euregio”. Hoofdspreker is Europees Commissaris Danuta Hübner, die een lezing zal houden over de relaties tussen nieuwe energie en regionaal beleid.

Op hun beurt zullen Limburgse bestuurders en ondernemers met Hübner praten. Want zodra de Europees Commissaris voor regionaal beleid op bezoek is, maakt een provincie toch weer een goede kans op aandacht uit Brussel. Jacqueline de Groot, vertegenwoordigster van de Zuid-Nederlandse provincies in Brussel, trof een jaar geleden de eerste voorbereidingen voor het bezoek. Dat was toen zij tijdens een bijeenkomst in Maastricht Joost Korte, de Nederlandse kabinetschef van commissaris Hübner, in contact bracht met gouverneur Léon Frissen van de Provincie Limburg. „Het komt allemaal prachtig uit”, zegt ze. „Limburg wil veel gaan ondernemen op het terrein van nieuwe energie en voor de Europese Commissie is energie tegenwoordig hét thema.” En dat Korte toevallig een Nederlander is? De Groot: „Het zou natuurlijk niet moeten, maar het helpt wel.”

Ze zitten enigszins verstopt in de Brusselse Aduatukersstraat , tien minuten lopen van de Europese wijk: de twaalf lobbyisten van de Nederlandse provincies. Vanuit het ‘Huis van de Nederlandse Provincies’ worden sinds 2000 de belangen voor de regionale landsdelen behartigd. „We hadden te veel gemeenschappelijke belangen”, zegt Rob van Eijkeren, behalve Brussels vertegenwoordiger voor de provincies Gelderland en Overijssel, coördinator van het Huis van de Provincies. Bovendien was bundeling van kracht voor de Nederlanders pure noodzaak om in het geweld van nog 239 regionale kantoren uit andere Europese windstreken enigszins overeind te blijven.

In het verleden ging het bij de provinciale lobby hoofdzakelijk om het binnenhalen van zoveel mogelijk Europees subsidiegeld voor regionale projecten. Maar tegenwoordig is dit slechts één van de taken. Brussel heeft niet meer zo veel geld over voor rijke landen als Nederland. In de vorige Europese begrotingsperiode (1999-2006) viel er nog 3,5 miljard euro te verdelen, maar voor de komende zeven jaar moeten de Nederlandse regio’s het doen met 1,7 miljard euro.

De lobbyisten hebben de afgelopen jaren hun werk zien verschuiven naar het invloed uitoefenen op Europese wetgeving. Milieumaatregelen waar provincies steeds meer mee te maken hebben, zijn voor zestig tot tachtig procent afkomstig uit Brussel. „Het apparaat van de Europese Commissie is zo klein dat ze onze input wel móeten hebben”, zegt coördinator Van Eijkeren.

En dan is er nog het Europees Parlement dat bij dit soort onderwerpen steeds meer te zeggen krijgt. De Oostenrijkse europarlementariër die hoofdverantwoordelijke werd voor een rapport over de kwaliteit van het zwemwater kon rekenen op bezoek van enkele Nederlanders uit het Huis van de Provincies. Of hij er toch wel rekening mee wilde houden dat de Nederlandse Delta niet dezelfde waterkwaliteit kon bieden als die van de stromende beekjes in de Oostenrijkse Alpen. En voor de Spaanse en Italiaanse europarlementariër die samen een rapport over de bodemrichtlijn moesten schrijven, werd een notitie met het standpunt van de Nederlandse provincies opgesteld. Vanzelfsprekend in het Spaans en Italiaans.