Slimmerikenmagneet

Campus in Eindhoven zet in op startende technisch innovatieve ondernemingen.

Toch blijven de echte startersvoordelen voor de jonge techneuten uit.

Goed nieuws voor technische ondernemers: het kabinet-Balkenende IV zet in op een innovatieve economie. Zo moet bijvoorbeeld de drempel omlaag voor de technostarter om een bedrijf te beginnen. Het midden- en kleinbedrijf krijgt de komende kabinetsperiode dan ook meer innovatiesubsidies en overheidsopdrachten.

De High Tech Campus in Eindhoven loopt alvast vooruit op deze impuls voor technostarters. De campus voor technologische bedrijven, nu 100 hectare en 60 bedrijven groot, wordt binnenkort verder uitgebreid. In augustus 2007 kunnen 25 kleine bedrijven hun deuren openen in het zogeheten Bètagebouw, een verzamelgebouw voor jonge, technisch innovatieve ondernemers.

Een van die jonge bedrijven is Miortech, vorig jaar oktober opgericht door Hans Feil. Miortech ontwikkelt zelfdimmende autospiegels. Die voorkomen verblinding door felle koplampen van achterliggende voertuigen. Feil huurt nu een kantoor elders op de High Tech Campus, binnenkort verhuist hij naar het Bètagebouw. „We zitten hier, omdat we op de campus de stofvrije ruimtes en hightechapparatuur van Philips kunnen huren”, zegt Feil. „Zelf zo’n ruimte aanschaffen is veel te duur voor een klein bedrijf als wij. Maar zonder kunnen we ons product niet ontwikkelen. Dit is dus de ideale omgeving voor ons.”

„Een open model waarin bedrijven faciliteiten en ook kennis delen is de motor van de High Tech Campus”, zegt Joeri van den Steenhoven, voorzitter van Stichting Kennisland, een onafhankelijke denktank ter bevordering van de Nederlandse kenniseconomie. „Voorheen sloot Philips, hoofdbewoner van de campus, zijn knappe koppen op in zijn Natuurkundelab. Maar sinds het zijn deuren een paar jaar geleden opengooide en andere bedrijven gebruik liet maken van de kennis en faciliteiten, heeft de campus als een magneet andere bedrijven aangetrokken.”

Belangeloos was die nieuwe strategie van Philips uiteraard niet. Van den Steenhoven: „Philips heeft zelf weinig ruimte voor de ontwikkeling van nieuwe producten. Het is groot en moet zich uit strategische overwegingen beperken tot de kernactiviteiten. Door een omgeving te creëren voor nationaal en internationaal onderzoekstalent wordt de kans op succesvolle innovaties groter. En als dat gebeurt, zit Philips op de eerste rij.”

Niet iedereen komt dan ook in aanmerking voor de huur van een van de units in het Bètagebouw. Het is de bedoeling dat de bedrijven elkaar aanvullen. Veel van de jonge bedrijven, zowel in het toekomstige Bètagebouw als elders op de campus, zijn dan ook spin offs van Philips. Maar buitenstaanders zijn net zo goed welkom, zegt Noël Coopmans, hoofd bedrijvencentra van de Economische Ontwikkelingsmaatschappij Regio Eindhoven en samen met Philips initiatiefnemer van het Bètagebouw. „Als het maar een bedrijf is dat een eigen product of dienst ontwikkelt.”

Echte starters, technici die alleen nog een idee hebben, komen er niet in. Coopmans: „Geschikte kandidaten zijn de opstartfase al voorbij, ze hebben een businessplan en hun financiering op orde.”

Echt veel startervoordelen genieten de nieuwe bewoners in het Bètagebouw daarom niet. De jonge technici krijgen alleen iets lagere huurtarieven dan in de andere kantoorblokken op de campus, en ze hebben flexibele huurcontracten van vier maanden in plaats van de gangbare twee jaar. Voor het gebruik van andere faciliteiten op de campus betalen ze het volle pond.

Toon Baars weet daarom nog niet of de High Tech Campus bovenaan zijn lijstje laat staan als toekomstig onderkomen. Zijn bedrijf Ivium, dat apparatuur maakt voor chemische analyse van bijvoorbeeld batterijen, is nu nog gevestigd in het Twinning Centre in Eindhoven, een bedrijfsverzamelgebouw voor ICT-bedrijven. „Ik weet niet of ik erop vooruitga door naar de High Tech Campus te gaan”, zegt Baars. „Het hangt van de prijs af. Het is een puur commerciële overweging, geen emotionele.”

Ook Hans Feil van Mior Tech vindt dat de voordelen wel wat uitgebreider mogen. „De campus is een toplocatie met faciliteiten van wereldklasse, maar er wordt nauwelijks gekeken of de algemene infrastructuur ook goedkoper kan. Jammer, want zeker in het begin ben ik erg kwetsbaar. Omdat ik grote investeringen moet doen in productontwikkeling, moet ik juist zuinig kunnen zijn met de rest van de uitgaven.”

Toch is het een bewuste keuze geweest om de technostarters in het Bètagebouw niet al te veel financiële verlichting te gunnen, volgens Coopmans. „Wil je jonge technologisch innovatieve bedrijven stimuleren, dan moet je ze niet al te veel pamperen. Ze moeten namelijk ook klaar zijn voor de volgende fase, waarin ze helemaal zelfstandig functioneren, zonder subsidies en met normale huurtarieven en -contracten.”

Dirk van Asseldonk begrijpt die redenering wel. Zijn bedrijf Dolphys Medical bv maakt nu nog medicijnimplantaten vanuit laboratoria van de Technische Universiteit Eindhoven. „Maar daar heerst geen ondernemerssfeer”, zegt Van Asseldonk. Die verwacht hij wel op de campus. De prijs die hij betaalt voor „the place to be” mag dan ook best commercieel zijn. „De campus heeft een sterk imago. Op deze manier houden ze een natuurlijke selectie voor alleen de meest kansrijke ondernemingen.”

Volg de bouwontwikkelingen en bekijk de innovatieve technieken van de aanwezige bedrijven op www.hightechcampus.nl