Reve en Hermans overwogen roman

Gerard Reve wilde samen met Willem Frederik Hermans een roman schijven. Dat blijkt uit een correspondentie waar nu voor het eerst uit gepubliceerd is. Hermans’ biograaf Willem Otterspeer noemt de correspondentie een vondst van grote literair-historische waarde.

In het eerste nummer van Hollands Diep staan vier brieven uit 1948. Otterspeer was aangenaam verrast toen hij in Hermans’ nalatenschap 45 kaarten en brieven van en aan Reve aantrof. De meeste dateren uit de jaren vijftig, de laatste uit de jaren tachtig. Uit de correspondentie blijkt dat schrijvers elkaar bewonderden en adviseerden. Reve hielp bij Hermans’ zoektocht naar een uitgever voor De tranen der acacia’s: „Veel goeds en ik hoop dat je de Tranen alsnog plaatsen kunt. Het is schofterig en goor dat de uitgaaf om commerciële redenen verhinderd wordt.”

De twee gingen als vrienden met elkaar om. Op de boekenmarkt van de Bijenkorf bemande Reve de stand van de afwezige Hermans. Reve stelde zelfs voor samen een roman te schrijven over een kinderloos echtpaar waarvan de man door geslachtsziekte onvruchtbaar is geworden.

De verstandhouding verslechterde toen Reve in het Engels ging schrijven, wat Hermans absurd vond. Hermans zag weinig in het latere werk van Reve, maar Reve hield bewondering voor Hermans. Op de laatste brieven van Reve noteerde Hermans teksten als: „maar niet beantwoorden”.