‘Plamegate’ leidde proces Libby in

Vicepresident Cheney vroeg de CIA voorjaar 2002 naar het gerucht dat Saddam Hussein uranium in het Afrikaanse Niger had gekocht. De CIA geloofde dat niet. Maar toen Cheney volhardde, zond de CIA ambassadeur Joe Wilson naar Niger om de zaak uit te zoeken. Hij keerde terug met de bevinding dat het onwaarschijnlijk was dat Saddam zich uranium in Niger had aangeschaft.

In zijn ‘State of the Union’ zei president Bush voorjaar 2003 niettemin dat er inlichtingen waren dat Saddam had geprobeerd uranium in Niger te verkrijgen. Enkele maanden later vielen de VS Irak binnen. Het bleek dat zich in Irak geen massavernietigingswapens bevonden – waarmee vragen rezen over de casus belli.

Toen stond Joe Wilson op. Hij publiceerde een opiniestuk in The New York Times waarin hij uiteenzette dat de regering-Bush op basis van zijn onderzoek in 2002 allang wist dat Saddam geen nucleaire wapens had.

Het Witte Huis besloot Wilson in diskrediet te brengen. Zijn echtgenote Valerie Plame werkte bij de CIA op de afdeling die Wilson de opdracht voor het onderzoek in Niger had gegund. Journalisten kregen van topadviseurs van Bush en Cheney, Karl Rove en Scooter Libby, te horen dat Wilson het reisje naar Niger te danken had aan zijn vrouw. Zodoende gaven Rove en Libby verslaggevers een staatsgeheim prijs: Plame was undercoveragent. Het prijsgeven van de naam van een CIA-agent is verboden.

Een strafrechtelijk onderzoek werd gelast. Daar bleek al snel uit dat het onmogelijk was Rove en Libby voor het lekken van de naam van Plame te vervolgen. Daarvoor had de aanklager moeten bewijzen dat de twee het oogmerk hadden de nationale veiligheid in gevaar te brengen. Dat was niet zo: ze wilden alleen wraak op Wilson.

De aanklager zette het onderzoek door omdat hij valse verklaringen van Libby en Rove vermoedde. Vorig jaar zag hij af van vervolging van Rove. De veroordeling van Libby zal vermoedelijk de enige in de zaak blijven.