Onterecht ontslag topman RWE

Harry Roels is terecht verontwaardigd over zijn ontslag, vorige maand, als topman van het Duitse energiebedrijf RWE. Roels werd aan de kant geschoven nadat Duitse gemeenten, die zo’n 30 procent van RWE bezitten, kennelijk hun beklag hadden gedaan over zijn afkeer van grote overnames in een tijd dat de Europese energiesector aan het consolideren is. Terwijl RWE vanaf de zijlijn toekeek, trok zijn grotere concurrent Eon alle aandacht naar zich toe met zijn bod van 41 miljard euro op het Spaanse Endesa. Maar als deze gemeenten iets hadden begrepen van het begrip ‘aandeelhouderswaarde’, zouden ze zich wel tweemaal hebben bedacht voordat ze Roels hadden ontslagen.

De afgelopen vier jaar heeft Roels zich geconcentreerd op het opruimen van de troep die zijn voorganger Dietmar Kuhnt had achtergelaten. Hij heeft flink in de kosten gesneden, minder goed presterende bedrijfsonderdelen afgestoten en de schuld teruggebracht naar een hanteerbaar niveau. Toen de schoonmaakoperatie vrijwel voltooid was, kondigde Roels aan dat RWE de komende vijf jaar meer dan 25 miljard euro ging besteden aan kapitaaluitgaven, waarvan ongeveer tweederde ten goede zou komen aan de bouw van fabrieken in Duitsland.

Dat spreekt veel minder tot de verbeelding dan het uitbrengen van een bod van 41 miljard euro op een buitenlands bedrijf. Maar het bewerkstelligen van megatransacties in de energiesector is niet zo eenvoudig als het lijkt. Bieders hebben te maken met politieke tegenstand, opgeblazen prijzen, of allebei. Vraag maar aan Eon. Eons hoge bod op Endesa hangt in de lucht nu het Italiaanse Enel zich in de strijd heeft gemengd door het nemen van een belang van 21 procent in het Spaanse bedrijf. De kansen dat Eon op kortere termijn de zeggenschap over Endesa in handen krijgt, lijken aan de magere kant.

Maar de lotgevallen van Eon illustreren wat Roels al langer zegt over de problemen van de consolidatie in de energiesector: er zijn gewoon niet zoveel aantrekkelijke overnamekandidaten voor een redelijke prijs beschikbaar.

Als de Duitse bureaucraten de moeite hadden genomen om het na te gaan, hadden ze kunnen weten dat de RWE-aandelen het veel beter hebben gedaan dan die van Eon, sinds Roels in februari 2003 het roer overnam, en tot de dag vóór zijn vertrek. De koers is met zo’n 280 procent gestegen, terwijl die van Eon in dezelfde periode met ongeveer 170 procent omhoogging. Van het uitzitten van deze ronde van de overnamewoede worden de aandeelhouders van RWE dus in elk geval niet slechter. Jammer dat dat niet ook voor de voormalige topman geldt.

Fiona Maharg-Bravo

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com.Vertaling Menno Grootveld