Maak aparte wet voor levenslang leren

Het kabinet moet het idee van een leven-lang-leren serieuzer oppakken dan tot nu toe is gebeurd. Het mag geen sluitstuk zijn van andere regelingen, vinden Annette de Groot en Henk van der Kolk.

Er moet een aparte wettelijke regeling komen om werknemers hun werkzame levenlang goed opgeleid te houden. Zo maak je werknemers weerbaar op de arbeidsmarkt en vergroot je hun werkzekerheid. Nu blijken bij reorganisaties oudere medewerkers maar al te vaak te weinig bijgeschoold om elders aan de slag te kunnen. Ook de snel veranderende werkomgeving met nieuwe apparatuur vraagt om meer scholing dan voorheen.

In het coalitieakkoord wordt nauwelijks melding gemaakt van het stimuleren van scholing. De enige manier die de nieuwe coalitiepartijen zien, is leerrechten koppelen aan de levensloopregeling.

De levensloopregeling – die sowieso niet populair is – willen ze maken tot een vergaarbak van sociale regelingen. Dat is de doodsteek voor de levensloopregeling en een leven-lang-leren komt zo zeker niet van de grond. Op dit moment is daar zeker nog geen sprake van. De overheid stimuleert het volgen van onderwijs van jongeren, maar daarna houdt het zo goed als op.

Wij vinden dat het idee van een leven-lang-leren serieus opgepakt moet worden. Ook het nieuwe kabinet maakt scholing tot sluitstuk van een andere regeling, in dit geval de levensloopregeling. Maar de levensloopregeling wordt door werknemers primair gezien als een middel om vrije tijd te kopen. Dat is al prijzig en weinig populair. Als de regeling ook nog voor scholing gebruikt gaat worden, zal de animo onder werknemers niet toenemen.

We stellen daarom voor om scholing los te koppelen van de levensloopregeling. Op die manier kan de levensloopregeling worden ingezet waarvoor zij bedoeld is, namelijk om werk en privé in balans te brengen. Scholing moet een aparte regeling krijgen.

Ons voorstel is dat de overheid aan alle Nederlandse werknemers een individuele leerrekening aanbiedt. Een regeling waarbij wordt ingelegd door de drie belanghebbende partijen: de werknemer, de werkgever en de overheid. En een regeling waarbij de zeggenschap over scholingsrichting ligt bij de werknemer en er recht is op het nemen van studieverlof.

We hebben ook al een idee over de financiering van de leerrekening. Die lijkt veel op de financiering van de levensloopregeling. Die regeling kan financieel aantrekkelijker worden gemaakt door de fiscale levensloopverlofkorting te verhogen en om te zetten in een toeslag. Een toeslag (extra toelage) komt namelijk beter uit voor de midden- en lagere inkomens, zodat de regeling niet alleen interessant is voor de beter betaalde werknemer.

Daarnaast zetten we in op een werkgeversbijdrage in de cao. Bij voorkeur een nominaal bedrag, omdat dit ook gunstiger uitpakt voor de lagere inkomens. Een extra financieringsbron voor de individuele leerrekening zou het spaarloon kunnen zijn. Het kabinet wil met de sociale partners praten over de integratie van spaarloon en levensloop – nu moet er nog gekozen worden.

We zijn voor deze integratie. Werknemers zouden de keus moeten krijgen het spaarloontegoed te gebruiken voor de levensloopregeling of voor de individuele leerrekening. Het fiscale voordeel van het spaarloon blijft daarmee bestaan.

Ten slotte zouden de levensloopregeling en de individuele leerrekening ook open moeten staan voor zelfstandigen zonder personeel. Ook dit zien de coalitiepartijen gelukkig in.

Over het gebruikmaken van de leerrekening moeten goede afspraken worden gemaakt, waarbij de zeggenschap van werknemers een voorwaarde vormt. Het ligt voor de hand dat werkgevers ervoor moeten zorgen dat de vakkennis van de werknemers op orde is.

Lastiger wordt de vraag naar de verantwoordelijkheid als het gaat om niet-functiegerichte scholing – scholing voor ander werk, wellicht in een ander bedrijf. Scholing die noodzakelijk is om jou als werknemer fit en gemotiveerd te houden voor de arbeidsmarkt. Hiervoor ligt de verantwoordelijkheid bij zowel de werkgever, de overheid als de werknemer. Wanneer deze drie partijen een bijdrage leveren aan de regeling, hebben zij ook alle drie iets te zeggen. Nu ligt de zeggenschap over scholing te eenzijdig bij werkgevers.

In veel organisaties ziet het pakket aan opleidingsmogelijkheden er op papier nog redelijk goed uit, maar in de praktijk zijn er allerlei redenen waarom werknemers er geen gebruik van maken. Bijvoorbeeld door een hoge werkdruk of door targets die gehaald moeten worden. Daarnaast worden de trainingen vaak sterk bepaald door de werkgever.

De individuele leerrekening moet in onze optiek ook enkele bindende voorwaarden hebben om mensen ook daadwerkelijk te stimuleren om ervan gebruik te maken. De leerrekening is geen eindeloze spaarrekening. Je kunt tot een bepaald bedrag ‘sparen’, maar daarboven komt er niets meer bij. Ook vervalt het bedrag dat door werkgever en overheid is ingelegd als er niet wordt opgenomen en men met pensioen gaat. En de leerrekening kan alleen gebruikt worden om de werkzekerheid te verhogen.

Het nieuwe kabinet heeft als opdracht ervoor te zorgen dat meer mensen aan het werk komen en ook blijven. Het ziet daarvoor scholing als belangrijk middel. Positief is dat het daarover wil overleggen met sociale partners. Wij hebben hier alvast een voorzet gegeven.

Annette de Groot is adviseur arbeidsmarkt en Onderwijs bij FNV Bondgenoten. Henk van der Kolk is voorzitter van FNV Bondgenoten.