Leiden verdeeld over sneltram door centrum

Leiden stemt vandaag per referendum over de vraag of de lightrailverbinding RijnGouweLijn door de binnenstad komt. Bij een Leids ‘nee’ komen provincie en gemeente in conflict.

Vlak voor station Leiden Centraal is een informatiecentrum opgetrokken in de vorm van een tram, of beter een lightrailvoertuig. Aan de ene kant van het informatievoertuig bevindt zich het kamp dat tegen de komst van een sneltram is, aan de andere zijde bivakkeren de voorstanders. In het midden vertellen de ‘neutrale’ gemeentevoorlichters hun verhaal aan belangstellende burgers.

Behalve voor de Provinciale Staten stemt Leiden vandaag ook over de RijnGouweLijn, een lightrailverbinding tussen Gouda en Katwijk en Noordwijk. Lightrail is een combinatie van tram en trein. Volgens de planning gaat het oostelijke gedeelte van de RijnGouweLijn, tussen Gouda en Leiden, in 2010 in bedrijf. Het westelijke deel zou in 2013 van start moeten gaan.

De centrale vraag bij het referendum is of de Leidenaren de RijnGouweLijn door het centrum van de stad willen. Bij een ‘ja’ zal dit tracé er komen, maar een ‘nee’ levert een ingewikkelder scenario op. Als het aan de provincie ligt, komt de RijnGouweLijn er hoe dan ook. Er zal dan alleen een oplossing moeten worden gevonden voor het Leidse deel van de verbinding. Een tracé over het bestaande spoor behoort dan tot de mogelijkheden, zo blijkt uit een rapport van de provincie.

Vooral door een animatiefilmpje in het informatiecentrum, waarin te zien is hoe de RijnGouweLijn volgens plan door Leiden zal rijden, is Leidenaar Bert van Loon (66) een stuk wijzer geworden. „Als je goed kijkt zie je dat het in de Breestraat veel te smal wordt.” Het is een veelgehoord argument. Tegenstanders, waaronder de Fietsersbond en reizigersvereniging Rover, zijn bang dat de vele fietsers met de komst van de sneltrams in het gedrang komen. Een ander bezwaar is dat de bussen die nu door de Breestraat rijden, voortaan over de nu al zwaar belaste Hooigracht moeten. Bovendien vinden veel tegenstanders dat de RijnGouweLijn het historische karakter van de Leidse binnenstad zal aantasten.

Uit een rapport van het onafhankelijke adviesbureau VIA blijkt dat de veiligheidssituatie van fietsers gelijk blijft. En dat is precies wat de bedoeling was, vertelt verkeerswethouder John Steegh (GroenLinks). „De veiligheid mocht niet verslechteren.” Steegh is een groot voorstander van de RijnGouweLijn door de Leidse binnenstad, maar mag er eigenlijk niets van vinden.

In Leiden is de situatie ontstaan dat het stadsbestuur officieel geen mening heeft over dit ingrijpende plan. Twee van de partijen in het Leidse college van B en W – PvdA en GroenLinks – zijn voorstander van een tracé door de binnenstad. De twee andere partijen (SP en ChristenUnie) zijn fel tegen.

Omdat de partijen elkaar op alle andere punten wel vonden, besloten ze toch samen een coalitie te vormen. In het collegeakkoord namen ze op dat de burgers via een volksraadpleging de beslissing over de RijnGouweLijn moesten nemen. De partijen hebben afgesproken dat zij zich aan de uitslag van het referendum zullen conformeren, mits de opkomst minimaal dertig procent bedraagt.

De uitslag van het referendum laat zich lastig voorspellen. Patrick Bakker (31), die een bakkerij runt in de Breestraat, denkt dat het percentage ondernemers voor en tegen „fiftyfifty” is. Zelf is Bakker er nog niet uit. Vooral voor startende ondernemers, denkt hij, is het lastig dat de straat twee jaar open komt te liggen. „Maar de bussen die nu door de Breestraat rijden, zijn ook niet alles. Zo’n tram is waarschijnlijk veel schoner.”

Veel Leidenaren verwachten vandaag een ‘nee’. Lemmy Koskamp van de projectorganisatie RijnGouweLijn is er een van. Maar, zegt zij, de RijnGouweLijn „komt er toch wel”. „Er moet veel gebeuren wil het niet doorgaan.”

De gedeputeerde voor Verkeer en Vervoer in Zuid-Holland, Martin Huls (PvdA), legt uit dat hij al afspraken heeft gemaakt met de negen andere gemeenten die bij het project betrokken zijn: Gouda, Waddinxveen, Boskoop, Alphen aan den Rijn, Rijnwoude, Zoeterwoude, Oegstgeest, Katwijk en Noordwijk. „Die gemeenten zijn allemaal vóór en hebben ook al bouwprojecten langs het toekomstige tracé gepland. Het wordt dus heel lastig als Leiden nee zegt.”

Wat Huls betreft wordt de RijnGouweLijn sowieso doorgezet. De provincie krijgt per 1 januari 2008 een extra instrument om haar zin door te drukken. Dan treedt de Wet op de Ruimtelijke Ordening in werking. Huls: „Daarin staat dat je dit soort zaken als provincie zelf mag regelen.”

Ook bij de Statenverkiezingen is de RijnGouweLijn een issue. De SP in Zuid-Holland is bijvoorbeeld tegen, onder meer vanwege de keuze voor het tracé door de Leidse binnenstad. In plaats daarvan zou het tracé volgens de SP over het bestaande spoor tussen Leiden en Utrecht moeten lopen. Leids SP-raadslid Julian van der Kraats, woordvoerder verkeer en vervoer: „Ik ben blij verrast dat de provincie onlangs een terugvaloptie naar buiten bracht, met een tracé over bestaand spoor.”

Wethouder Steegh noemt dat alternatieve tracé „niet reëel”. Dat vindt ook gedeputeerde Huls. „Die terugvaloptie is eigenlijk gewoon de huidige situatie, maar dan opgepoetst. Het is een lapmiddel, maar zeker niet wenselijk.”

De RijnGouweLijn in de huidige variant is dat wél, zegt wethouder Steegh. „Het centrum van Leiden slibt dicht. Dit is een mooie kans om daar iets aan te doen.” Toch wil hij geen „apocalyptische beelden” schetsen als de Leidenaren vandaag besluiten nee te zeggen tegen de RijnGouweLijn. „Leiden zal dan heus niet ten onder gaan.”