Hoe minder inwoners, hoe minder leden

Vanaf morgen hebben de Provinciale Staten minder leden dan voorheen. Door een wijziging van de Provinciewet daalt het totaal aantal leden met 200 van 764 naar 564. Noord- en Zuid-Holland hebben nu nog 83 leden in de Provinciale Staten en straks 55. Groningen gaat bijvoorbeeld van 55 naar 43 zetels. Het aantal zetels wordt bepaald door het aantal inwoners in een provincie.

De verkleining van de Provinciale Staten is al in 1999 bedacht door oud-minister van Binnenlandse Zaken Bram Peper (PvdA). Hij vond dat de besturen zich door hun omvang teveel met details bezig gingen houden. Een kleiner bestuur zou gedwongen worden zich meer op hoofdlijnen te concentreren. Vooral kleinere partijen in de Tweede Kamer hebben zich verzet tegen de wijziging, die onder minister Klaas de Vries (PvdA) is doorgevoerd. De Vries vond het niet goed dat Provinciale Staten van kleine provincies meer leden hadden dan grote gemeenten. Zulke gemeenten hebben immers meer taken dan kleine provincies.

De kleinere partijen vreesden door de maatregel te zullen verdwijnen uit de provinciebesturen. Als er minder zetels te verdelen zijn, worden kleinere partijen daardoor relatief harder getroffen. In een aantal provincies dreigen kleinere partijen nu daadwerkelijk volledig uit het bestuur te verdwijnen, zoals D66, GroenLinks en de ChristenUnie. Dat heeft ook gevolgen voor hun vertegenwoordiging in de Eerste Kamer. De Statenleden kiezen de leden van de Eerste Kamer op 29 mei.