Gitaargoden

En net als je denkt dat de beroepsgroep was opgeheven, slaan ze keihard terug: de gitaarhelden. De solisten, de riffrijgers, de akkoordslingeraars – de mannen (zelden vrouwen) die hun vingers in de knoop leggen voor een deugdelijk klanktapijtje.

Het Amerikaanse tijdschrift Rolling Stone heeft ze nu op de cover staan: ‘The New Guitargod’, plus een ‘Top Twenty’ – goddank, verder dan een top twintig komen ze niet. De grote drie van het nieuwe gilde zijn John Mayer, Derek Trucks en John Frusciante. Mayer is al beroemd, ook als liedjeszanger. Derek Trucks is slide-gitarist en speelt bij de zoveelste editie van de jaren zeventig-band The Allman Brothers (ook al beroemd om hun gitaarsolo’s). En Frusciante is natuurlijk het gitaargezicht van de Red Hot Chili Peppers.

Als je de Rolling Stone leest is het alsof de hele dj-revolutie, de house-revolte en de punkbeweging niet hebben plaatsgevonden. Hier zijn twintig mensen aan het woord die gewoon weer hele dagen zitten te studeren op zes snaren en twaalf frets. Net als historische figuren als Keith Richards, Eric Clapton, Stevie Ray Vaughan, Jimmy Page of Jan Akkerman. Want dat zijn coryfeeën uit een tijd dat mensen streden om de titel ‘beste gitarist ter wereld’. Dat was de tijd dat gitaristen goden waren. Zo stond het ergens in Amsterdam op de muur gekalkt: ‘Eric Clapton is God’.

Het verschil met twintig jaar geleden is dat nu niet de oude blueshelden als voorbeeld worden genoemd (Muddy Waters, Robert Johnson), maar juist degenen die hen later als voorbeeld hadden, zoals Stevie Ray Vaughan en vooral Jimi Hendrix. Dus de tweede generatie is nu voorbeeld voor de derde generatie. Maar veel maakt het in de praktijk niet uit: de geïnterviewden in Rolling Stone dwepen net zo hard met solo’s en vingeroefeningen.

Daar staan we dan: teruggeworpen naar het begin van de jaren zeventig, de hoogtijdagen van de navelstarende borduurrock.

Is dat erg, vraag je je af. Tja, in sommige gevallen is het vreselijk. De manier waarop Derek Trucks het vak bekijkt, blijkens zijn interview, is als een heilige missie met de solo als graal. Vingervlugheid en toonladders zijn zijn middel. Of neem Omar Rodriguez-Lopez van Mars Volta, ook zo’n virtuoos die bij concerten zo’n drie uur lang onverdroten solo’s produceert. Beter wordt het als John Frusciante het heeft over zíjn voorbeelden: zoals The Jesus & Mary Chain, die een stofzuigersound op hun gitaren loslieten. De ‘sound’ van de gitaar, dat is iets waarin nog nieuw terrein verkend kan worden. Daar zit magie.

Een beetje gitarist is al snel god in mijn ogen. Maar laat hem/haar het niet overdrijven.

Anders is er weer een punkrevival nodig om het tij te keren.

Hester Carvalho