Fitball

Het noemde zich ‘een lifestylebeurs voor ervaren levensgenieters’, het bleek georganiseerd door het mij nog onbekende tijdschrift Zin en het werd (en wordt) gehouden in de RAI te Amsterdam.

Omdat je als levensgenieter nooit genoeg ervaring kunt opdoen, besefte ik dat ik niet kon thuisblijven. Wél was ik bevreesd dat ‘ervaren levensgenieter’ een eufemisme zou blijken te zijn voor de vuttende vijftigplusser, die zich geen raad weet met zijn vrije tijd en daarom met liefde vijftien euro neertelt om weer een paar uurtjes gedood te krijgen. In ruil daarvoor mag hij zich vergapen aan zaken – relaxstoelen, chakrareading, massages voor reumalijders en Agnes Kant in een forum over gezondheidszorg – die hij ook op al die andere beurzen voor vijftigplussers had kunnen zien.

Mijn vrees werd geheel bewaarheid, maar toch had ik deze lifestylebeurs niet graag gemist.

Vrijwel meteen na binnenkomst stuitte ik op een groepje van dertien vrouwen van middelbare leeftijd die in een cirkel op een podium hadden plaatsgenomen. Elke vrouw zat op een reusachtige bal van witte kunststof, volgens de begeleidende informatie een ‘fitball’ of ‘stabilityball’ geheten. De vrouwen waren argeloze bezoekers van deze beurs, die onder begeleiding van een professionele trainster hun eerste ervaringen met de fitball opdeden. De andere bezoekers mochten toekijken. Dat deden ze met overgave en verbazing.

De fitball is een machtig trainingsattribuut, een stuk veelzijdiger dan uit zijn saaie uiterlijk bleek. De trainster hield de vrouwen een halfuurtje met gevarieerde oefenstof bezig. Eerst mochten ze op de tonen van de Radetzkymars stuiterend achter de bal aanhuppelen („loop-loop-de loop”), dit als kennismaking.

Daarna begon een geleidelijke intensivering van de oefeningen. Ze moesten op de bal gaan zitten en opveren, steeds sneller, het zogenaamde wippen op de bal, waarbij het volgens de trainster zaak was „om met de billen contact te houden met de bal”, omdat de bal anders van het podium zou afrollen en het wippen zónder bal een nogal vergeefse activiteit is.

De Radetzkymars was inmiddels vervangen door zwoelere deuntjes als Rock Me Baby en Blue Spanish Eyes. Op het podium werd keihard gewerkt. De vrouwen hadden hun winterse kleren nog aan en begonnen het zichtbaar warm te krijgen. De trainster spaarde hen allerminst. Ze moesten, zittend of hangend op de bal, talloze oefeningen voor armen, benen en buik doen. Soms lagen ze bijna ruggelings op de bal om er daarna vanaf te glijden, dan weer moesten de beentjes wijd om de bal vanuit het kruis in bedwang te houden.

Het klinkt misschien een beetje erotisch, ik besef het – maar het was het in het geheel niet.

Eén vrouw, met een prachtige, maar warme oranje sjaal om haar hals, hield het niet langer. Dat was bij de oefening waarbij de vrouwen met buik en borst óp de bal moesten gaan liggen om zo als het ware met de hoofden naar elkaar toe te drijven. Deze vrouw keek naar de voor haar liggende bal, als een kind dat voor het eerst het diepe in moet, ze zag de andere vrouwen die de duik op hun bal al hadden genomen en nu naar voren deinden – en ze stapte van het podium af en ging er vandoor.

Vooral voor deze moedige vrouw, die nooit vergeten mag worden, heb ik dit stukje geschreven.