Duitse politici voeren milieuwedloop

Het milieu is modieus in de Duitse politiek. Kanselier Merkel werft zelfs op EU-niveau voor ingrijpende afspraken. Critici beklagen zich: „Moeten wij de wereld in ons eentje redden?”

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de groenste politicus van Duitsland?

Is het Sigmar Gabriel, minister van Milieu (SPD), die een milieuheffing wil op vliegreizen? Is het Markus Söder, secretaris-generaal van de conservatieve CSU, die auto’s met traditionele verbrandingsmotoren vanaf 2020 wil verbieden? Is het Wolfgang Tiefensee (SPD), minister van Verkeer, die schonere vliegtuigen lagere landingsrechten laat betalen?

Of is het de kanselier? Angela Merkel, ooit zelf minister van Milieu, wil dat Europa in de loop van deze week ingrijpende – en als het aan haar ligt bindende – afspraken maakt over verlaging van de CO2-uitstoot. Als voorzitter van de EU werft ze voor ambitieuze milieudoelstellingen. Europa moet in 2020 eenvijfde van de energiebehoefte dekken met energie afkomstig uit duurzame bronnen, nu is dat nog maar 6,5 procent.

De Duitse politieke kaste is sinds begin dit jaar in een regelrechte milieuwedloop verwikkeld. Links of rechts, groen of niet, iedereen wil opeens bijdragen aan oplossing van het klimaatprobleem. Zorg voor het milieu gold in Duitsland ooit als een vanzelfsprekende maatschappelijke plicht. Afvalscheiding wordt met bijna religieuze ijver ter hand genomen en hele landstreken zijn beplant met windmolens. Maar onder druk van de economische misère van de afgelopen vijf jaar raakte het milieudebat in de versukkeling. Banen hadden prioriteit, niet bomen.

„Milieuactivisten durfden met niets meer voor de dag te komen”, zegt Gerd Rosenkranz, woordvoerder van de Deutsche Umwelthilfe. Naar milieuorganisaties werd niet geluisterd, ze werden als wereldvreemde paniekzaaiers aan de kant geschoven. In een tijd van hoge werkloosheid was zorg voor het milieu hinderlijk. Het dieptepunt voor de milieuactivisten kwam in 2003 toen de discussie over werkloosheidsbestrijding een hoogtepunt bereikte. „We wisten dat de problemen zo ernstig zouden worden dat het milieu vroeg of laat weer op de agenda zou komen. We wisten alleen niet of het debat op tijd zou komen”, aldus Rosenkranz.

De alarmerende wetenschappelijke rapporten van de VN, de analyses van de Britse econoom Nicholas Stern en het feit dat de winter deze keer uitviel tilden klimaat en milieu weer op de voorpagina. Rosenkranz is ervan overtuigd dat de aandacht voor het milieu voorlopig niet meer weggaat. „Elke keer als het weer capriolen maakt zal men zich afvragen of het klimaat veranderd.”

Milieu is het nieuwe modewoord in de politiek. ‘Bio’ is in. Het is zelfs zo hip dat er al wordt gewaarschuwd voor een devaluatie. Volgens de Financial Times Deutschland is er sprake van een „Bio-bubble”, een zeepbel die elk moment uiteen kan spatten. Het nieuwe klimaatdebat is pas een maand oud, maar boulevardblad Bild heeft er al genoeg van. Het steekt de krant vooral dat Europa, onder Duitse leiding, een voortrekkersrol wil vervullen in de mondiale strijd tegen C02. „Moeten wij Duitsers de wereld in ons eentje redden?”, vroeg de krant zich af.

Het nieuwe klimaatdebat levert veel suggesties op, maar nog geen alomvattend concept. De meeste politici richten hun aandacht op mobiliteit en minder op de energieconsumptie in industrie en huishouden, terwijl juist daar grote hoeveelheden energie worden verslonden. Niet alle suggesties zijn even zinvol, zegt Rosenkranz, maar ook maatregelen die vooral symbolische waarde hebben zijn nuttig omdat ze de aandacht voor het onderwerp vasthouden.

Ook de auto ontkomt niet meer aan het debat. Aanvallen op de auto zijn in autoland Duitsland altijd goed voor hooglopende ruzies. De auto-industrie is een economische steunpilaar, de auto zelf is de trots van de natie. Toen Renate Künast, fractieleider van de Groenen, onlangs de Duitse consument adviseerde milieuvriendelijke Toyota’s te kopen in plaats van producten van eigen bodem, was het land te klein. Met één opmerking zette Künast de hele Duitse auto-industrie in de beklaagdenbank: de Duitsers hadden de markt voor hybride auto’s aan de concurrentie overgelaten.

De ondernemers vuurden prompt terug. Men had wel aan zuinigere dieselmotoren gewerkt en men mocht grote en kleine auto’s niet over één kam scheren. Wij houden ons dagelijks bezig met de uitstoot van CO2, schamperde bestuursvoorzitter Wendelin Wiedeking van autoproducent Porsche, maar in de politiek had het jarenlang niet de hoogste prioriteit. „Het VN-rapport en de milde winter waren voor menige politicus en milieuactivist een hoofdprijs in de loterij.” Maar Wiedeking maakte ook bekend dat de Porsche Cayenne nog voor het einde van het decennium met een hybride motor op de markt komt.