‘Die tolk moest weg. Ze hebben hem gelubt’

Een onberispelijke staat van dienst als politietolk en toch op een zijspoor gezet na kritiek van de AIVD. Het ontslag van een tolk Turks houdt de Nationale Recherche bezig. „De net iets grotere auto leidde tot jaloezie.”

Amsterdam, 7 maart. - Maanden had hij erop zitten wachten. Een bericht van de inlichtingendienst AIVD met een verklaring van geen bezwaar. De Turkse tolk, vloeiend in het Turks en veertien Koerdische dialecten, had niets te verbergen. Al twintig jaar tolkte hij voor de politie in grote strafzaken. Toen hij op 15 maart 2005 het ambtsbericht van de inlichtingendienst AIVD onder ogen kreeg, was de tolk stomverbaasd. Hij zou slecht vertalen en soms niet beschikken over de vereiste vaardigheden.

Verschillende betrouwbare informanten, zo schreef plaatsvervangend AIVD-hoofd Theo Bot in het ambtsbericht, meldden dat de tolk bij diverse gelegenheden „vertrouwelijke informatie uit politie-onderzoeken heeft meegedeeld aan personen van de Turkse overheid”.

De tolk heeft de conclusies van de AIVD bestreden met alle juridische middelen die er zijn, tot aan de Raad van State toe. Die oordeelde echter in laatste instantie dat de AIVD zich baseerde op goede bronnen, waaronder „niet alleen lagere functionarissen”. De AIVD mag de identiteit van die bronnen beschermen, zo stelt de Raad.

Met dit vonnis werd het oordeel van de AIVD definitief. Veel politie- en justitiemedewerkers vragen zich echter nog steeds af waar de kritiek op de tolk precies vandaan komt. Waarom werd er geen aangifte gedaan? En waarom kwam de kritiek op dat moment naar voren?

De zoektocht naar antwoorden op die vragen leidt naar een van de eerste strafzaken waarbij Nederlandse en Turkse autoriteiten intensief hebben samengewerkt. Het is het onderzoek naar Hüseyin Baybasin, wiens veroordeling voor moord en heroïnehandel in 2002 door het hof in Den Bosch werd bekrachtigd. Dit vonnis wordt tot op de dag van vandaag aangevochten door Baybasin. Zijn advocaat maakt daarbij gebruik van een verklaring van een voormalige Nederlandse politieliason in Istanbul, die heeft gezegd dat de Turkse tolk „gevraagd en ongevraagd informatie verstrekt aan de Turkse autoriteiten”.

De opmerkelijke verklaring leidde tot een intern onderzoek. Hoewel dit onderzoek geen bewijs voor de beschuldiging opleverde, was het wel de aanleiding voor het vertrek van de tolk bij het kernteam Noordoost Nederland. Dit zogenaamde turkenteam voerde het onderzoek uit naar Baybasin. De tolk ging werken voor het kernteam Amsterdam.

In 2003 dook de oude beschuldiging echter weer op toen de kernteams uit Amsterdam en Noordoost Nederland opgingen in een nieuwe politiedienst: de Nationale Recherche. De rechercheurs van het oude turkenteam uit Noordoost Nederland wilden niet meer met de tolk samenwerken, terwijl het kernteam Amsterdam juist graag met hem doorwilde. De tolk mocht uiteindelijk blijven.

Ook bij de Nationale Recherche was men zeer tevreden over de tolk, blijkt uit een brief van de toenmalige baas Johan van Kastel uit 2005. „De tolk beschikt over een zeer breed netwerk van contacten, zeker ook bij de Turkse nationale politie; contacten die onontbeerlijk zijn voor een adequate aanpak van de Turkse georganiseerde criminaliteit .”

Toch kwamen er in 2003 opnieuw klachten binnen waaruit zou blijken dat de tolk informatie had verstrekt aan de Turken. Opnieuw bleek dat deze klachten waren gestoeld op een misverstand. Het heeft alles te maken met de rol die de tolk in de loop der jaren is gaan vervullen. Door zijn lange ervaring is hij niet alleen tolk. Hij is ook intermediair en onderhoudt rechtstreeks contacten met de Turkse autoriteiten. Ongebruikelijk voor een tolk, maar wel effectief.

En het wekt ook irritatie op, zo constateert voormalig rechter-commissaris van de rechtbank Arnhem Hans Lamens: „De tolk werkte veel en verdiende als tolk een aanzienlijk inkomen, in sommige jaren meer dan een hoge ambtenaar. Ik heb regelmatig moeten vaststellen dat rechercheurs in teams daarover gevoelens van jaloezie uitten. De net iets betere kleding, de grotere auto, het gaf vaak aanleiding tot weinig verheffende discussies.”

Het oordeel van de AIVD uit 2005 dat de tolk zijn ambtsgeheim heeft geschonden, maakt echter geen einde aan de onrust. Integendeel. Zo’n veertig medewerkers van justitie en politie, waaronder zo'n beetje de hele top van de Nationale Recherche, spreken hun onvoorwaardelijke vertrouwen uit in de tolk en zijn bereid om hem in zijn juridische strijd tegen het oordeel van de AIVD te steunen.

Sommigen zien zelfs een complot waarbij een aantal hoge functionarissen misleidende verklaringen zouden hebben afgelegd. „De AIVD is om de tuin geleid door informanten die tendentieuze verklaringen hebben afgelegd”, zo verklaren bronnen op voorwaarde van anonimiteit. „Die tolk moest weg. Ze hebben hem gelubt (bedrogen, red.).”

Het is een explosieve beschuldiging die niemand echter met naam en toenaam voor zijn rekening wil nemen. Precies om die reden heeft advocaat Jurjen Pen, die de tolk bijstaat, de top van het Openbaar Ministerie en de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie om een onderzoek gevraagd. „Het wordt tijd dat wordt vastgesteld of de AIVD onjuist is voorgelicht en ambtenaren hun rechtsplicht hebben geschonden.”

Om veiligheidsredenen wordt de naam van de tolk in dit artikel niet genoemd.