De kunst van het flansen

‘Eigenlijk kunnen alleen echte creatieve kookfanaten flansen”, schrijft Deborah op mijn weblog, waarbij ze verwijst naar het BBC-programma Masterchef goes Large, een soort Idols voor wannabe koks. In de eerste rondes krijgen de deelnemers opdracht een aantal (vooraf onbekende) gerechten te maken. “Diegenen die niet kunnen flansen, vallen meteen door de mand”, aldus Deborah.

Ze heeft gelijk, vrees ik. Flansen lijkt zo eenvoudig, maar je moet er wel voor kunnen koken. Het is net als met schilderen. Iemand als Anton Heyboer heeft waarschijnlijk ook jaren met een houtskooltje langs klamme slootkanten gezeten om lisdoddes en waterlelies te priegelen, voor hij met drie penseelstreken een kunstwerk kon flansen. Oké, de vergelijking is misschien vergezocht, maar brengt mij wel waar ik wezen wil, namelijk bij de kunst van het flansen.

Laat ik het om te beginnen omkeren. Ik had het maandag al over het risico op mislukking, dat bij flansen groter is dan bij koken. Het risico van flansen is dat je te veel ingrediënten tegelijk wilt gebruiken. Als je eenmaal begonnen bent je koelkast te inventariseren op bruikbaar materiaal, is het lastig ergens een grens te trekken. Een andijviekliekje in de ad-hoc-minestrone? Niet doen. Dat hompje blauwe kaas in je kip-kerrie-ananasprutje? Laat maar. Olijven door de bami? Not. Andijviekliekjes kun je beter meteen weggooien, maak liever een blue-cheesedressing voor dat eveneens creperende kropje sla en eet die olijven lekker bij de borrel.

Ook binnen de kunst van het flansen, om met Von Goethe te spreken, toont de meester zich in de beperking. De mooiste illustratie van dat cliché vind ik het bakken van een omelet. Twee eieren, een klont boter (of olijfolie), een snuf zout, een koekenpan, drie minuten tijd. Meer is er niet nodig.’t Moet gek lopen wil het resultaat niet bevredigend zijn. En het ritueel zelf, het kalmpjes klutsen van de eieren (vooral niet te rigoureus), het langzaam laten stollen van het struif (op heel matig vuur), het voorzichtig laten omrollen van de halfvloeibare omelet (hij stolt vanzelf verder) om hem behoedzaam op een bord te laten glijden, is niets minder dan performance art.

Ken je die scène uit de film Una giornata particulare? Het verhaal speelt op 8 mei 1939. Terwijl Hitler door Rome paradeert, klopt eenzame Romeinse huisvrouw Sophia Loren aan bij eenzame homoseksuele buurman Marcello Mastroiani. Zij staat verongelijkt met haar rug richting de geopende deur, boos omdat hij haar even daarvoor heeft afgewezen. Beiden zwijgen, onmachtig in hun onmogelijke liefde voor elkaar. Dan zegt hij: „Kom binnen. Ik ben bezig met een omelet.” Mastroiani is in afwachting van zijn deportatie, diezelfde avond nog, en de frittata vormt zijn laatste, geflanste lunch. Hij zet zwijgend een bord voor haar neer, deelt de omelet in twee, scheurt een stuk brood af, kijkt Loren aan en begint met smaak te eten. Prachtige scène, ook dankzij dat eitje.

Janneke Vreugdenhil

Wat flans jij bij onverwacht bezoek? Praat mee over flansen en stuur je recepten naar www.nrc.nl/kokenetc