Criminele Hells Angels

De Hells Angels uit Harlingen kunnen niet trots zijn op de overwinning die zij gisteren op justitie zouden hebben behaald. De afwijzing van het verzoek van het Openbaar Ministerie om de Friese afdeling van deze beruchte internationale motorclub te verbieden, is geen verklaring van goed gedrag. Integendeel, de rechtbank heeft vastgesteld dat voldoende aannemelijk is geworden dat de „Hells Angels Motorclubs in de wereld en ook in Nederland een crimineel karakter hebben; zij worden in verband gebracht met bedreigingen met geweld, en levensdelicten, met de handel in wapens en drugs en met discriminatie”. Bovendien kan het volgens de rechtbank niet toevallig zijn „dat de overgrote meerderheid van clubleden met politie en justitie in aanraking is geweest”. Deze harde conclusies maken korte metten met de voorstelling door de Hells Angels dat zij een onschuldige vereniging vormen voor motorhobbyisten waar toevallig wat rotte appels tussen zitten. Ook de Harlinger tak kunnen strafbare feiten worden verweten.

Dat ze toch mag blijven bestaan, hangt samen met het beleid van justitie in het verleden. De afdeling is nooit eerder als rechtspersoon vervolgd voor strafbare feiten; alleen individuele leden kwamen voor de strafrechter nadat in het Harlingse clubhuis wapens en drugs waren gevonden. De gemeente Harlingen gaf zelfs vergunningen voor nieuwe dancefeesten nadat bij een eerdere gelegenheid joints waren verkocht ten bate van de clubkas. Die vergunningen zijn tekenend voor de lankmoedige houding die lokale overheden in het verleden aannamen. Sommige gemeenten, inclusief Amsterdam waar de belangrijkste afdeling zetelt, zijn inmiddels wijzer geworden. Deze rechterlijke uitspraak laat zien dat het tijd kost om de steven te wenden en om voldoende bewijsmateriaal te verzamelen om een inbreuk te rechtvaardigen op het fundamentele recht van vereniging en vergadering. In een rechtsstaat is het verbieden van een vereniging terecht niet gemakkelijk.

Nederland is te lang een vrijstaat geweest voor Hells Angels, terwijl overheden in Canada, Duitsland en Denemarken allang stevig optraden. Zichtbare dieptepunten waren de intimiderende begrafenisstoet van de aan de Angels gelieerde topcrimineel Sam Klepper in Amsterdam in 2000 en de mishandeling in de studio van televisiepresentator Henk van Dorp, die met een blauw oog op het scherm verscheen. De presentator durfde – zoals gebruikelijk in dit soort zaken – geen aangifte te doen en de verdachten zijn niet gevonden. Probleem voor justitie is de intimidatie en bedreiging van potentiële getuigen. Angst van getuigen speelt ook een rol in de zaak van de moord op drie Limburgse Hells Angels, waar een hoger beroep loopt tegen twaalf veroordeelde clubleden.

Gelukkig laten overheden zich minder dan vroeger intimideren. De gemeente Amsterdam eist een ten onrechte gebruikt terrein terug van de Amsterdamse vereniging. Clubhuizen worden onderzocht. Defensie vraagt zich terecht af of militairen lid kunnen zijn. Er lopen nog diverse andere zaken om chapters te verbieden. Wat in Harlingen is mislukt, kan elders slagen. Aan de onaantastbaarheid van de Hells Angels komt een einde.