Beslissende maand voor bios De Uitkijk

Terwijl het met de arthouses in Nederland weer wat beter gaat, heeft een van de oudste bioscopen in Nederland het moeilijk. De exploitant van De Uitkijk in Amsterdam moet beslissen over samenwerken of sluiten.

Deze maand wordt beslist over de toekomst van een van de oudste en meest roemruchte bioscopen van Nederland, De Uitkijk in Amsterdam. Aan het eind van de maand moet Uitkijk-directeur Krijn Meerburg aan de eigenaar van het pand aan de Prinsengracht, waar de bioscoop gevestigd is, uitsluitsel geven over verlenging van het huurcontract. Maar één ding staat al vast: zoals het nu loopt, gaat het niet langer. Als De Uitkijk geen mecenas vindt, of een partner, dan zal de bioscoop waar begin twintigste eeuw de Filmliga van Ter Braak en Jordaan haar programma’s van avant garde cinema vertoonde, moeten sluiten.

Het voortbestaan van De Uitkijk is al jaren onzeker. Meerburg schat dat hij jaarlijks 15- à 20.000 euro toelegt op de exploitatie van De Uitkijk, zonder daarbij nog de tijd te rekenen die hij er zelf als programmeur en exploitant in steekt. De meeste bioscoopeigenaren hebben al jaren geleden ontdekt dat één filmzaal nauwelijks te exploiteren valt, maar De Uitkijk kan niet uitbreiden en moet het met die ene karakteristieke pijpenla doen. Zonder café of restaurant – de kurk waarop veel filmtheaters drijven, zoals het Amsterdamse Kriterion of het Louis Hartlooper Complex in Utrecht.

Een mecenas heeft zich nog niet gemeld, maar een mogelijke partner wel. Het Amsterdamse filmtheater Rialto kijkt met Meerburg naar mogelijkheden voor samenwerking. Meerburg noemt de mogelijkheid dat De Uitkijk als het ware de vierde zaal van Rialto wordt. Directeur Raymond Walravens van Rialto zegt dat hij de mogelijkheden serieus wil onderzoeken en voor het eind van de maand uitsluitsel zal geven. „Maar wij willen geen samenwerking waarbij Rialto alleen wat personeel aan De Uitkijk levert of een paar films programmeert. Het moet een compleet concept worden.” Samenwerking moet De Uitkijk de voordelen van schaalvergroting geven en Rialto artistiek meer armslag.

Met meer zalen kan een exploitant beter inspelen op de schommelingen in het bioscoopbezoek. Door de bank genomen programmeert De Uitkijk een film voor zes weken. Als een film na twee weken al zo’n beetje terugzakt in de publieke belangstelling, moet Meerburg óf het verlies nemen, óf de film meteen uit roulatie nemen, waardoor de distributeur erop verliest. In een bioscoopcomplex met zalen van verschillende grootte, kan zo’n minder succesvolle film dan ‘uitdraaien’ in de kleinste zaal.

Volgens Meerburg is het belangrijkste probleem dat de distributeurs van het soort films dat in De Uitkijk wordt vertoond – artistiek verantwoord, al is het niet meer zo puristisch als in de hoogtijdagen van de Filmliga – het tegenwoordig voor het kiezen hebben. Een paar jaar geleden leek het gebrek aan zalen nog de grote bedreiging voor het filmklimaat in Nederland. Nu is de verhouding tussen het aanbod van arthouse-films en belangstellende filmtheaters omgekeerd. En dat wordt in de nabije toekomst alleen nog maar erger.

Een poging om met het Filmmuseum samen te werken, is in januari definitief mislukt. Het Filmmuseum was op zoek naar een nieuwe zaal, na de sluiting van het Cinerama-complex, waar Joop van den Ende bouwt aan een nieuw theater. Maar Cinerama was een reusachtige bioscoop, met meer dan 500 stoelen in de grootste zaal. Aan de 150 stoelen van De Uitkijk had het Filmmuseum niet zoveel. Dat spijt Meerburg, want het filmbezit van De Uitkijk stond ooit aan de basis van de collectie van het Filmarchief, voorloper van het huidige Filmmuseum. „Als we nu waren gaan samenwerken was de cirkel weer rond geweest.”