Zuinige auto te duur voor EU

In het hoofdartikel over het klimaatdebat wordt gesproken van ‘lobby’s van auto- en luchtvaartindustrie’ die dwarsliggen bij de totstandkoming van een Europees klimaatbeleid en uitsluitend kunnen dreigen met ‘verlies van werkgelegenheid en verplaatsing van hoofdkantoren’ (Opiniepagina, 21 februari).

Het verlies van werkgelegenheid in de auto-industrie als gevolg van het plan de uitstoot van CO2 van auto’s in 2012 te beperken tot een industriegemiddelde van 120 gram per kilometer is geen kwaadaardig verzinsel van de auto-industrie, maar een conclusie van de Europese Commissie zelf, in een ‘impact assessment’ bij het voorstel

In dit onderzoek staat dat de productie van kleine auto’s te duur zal worden voor Europa. De Commissie meent dat „Rusland geschikt lijkt als alternatief vestigingsoord”. In het onderzoek staat ook dat een CO2-reductie die hoofdzakelijk leunt op nieuwe autotechnologie tot 2020 ruim 50 miljard euro zal kosten. Deze optie is de duurste die er is. Wat dreigt is een gedwongen, koude sanering van de sector die werkgelegenheid biedt aan 12 miljoen mensen in de EU.

De auto-industrie heeft de afgelopen negen jaar veel gedaan om auto’s zuiniger te maken – tegen de klippen op, omdat consumenten de voorkeur geven aan grote en zware auto’s met krachtige motoren. Ook kleinere auto’s zijn zwaarder geworden dan voorheen, om aan de veiligheidsvoorwaarden te voldoen. Zuinige auto’s zijn niet populair, ook niet de hybride modellen die op de markt zijn.

De autofabrikanten pleiten er openlijk voor de uitstoot van CO2 fiscaal te belasten om de vraag naar zuinigere auto’s te stimuleren. De industrie stelt voor verschillende beleidsopties te combineren, zoals het gebruik van biobrandstoffen, efficiënt verkeersmanagement en het beïnvloeden van aankoop- en rijgedrag. Het voordeel hiervan is dat behalve nieuwe auto’s ook het bestaande verkeer een bijdrage zal leveren aan CO2 -reductie.

Overigens heeft de auto-industrie (‘de autolobby’) een bureau in Brussel omdat de constructeurs vanaf de jaren tachtig geconfronteerd worden met een golf van regels uit de EU en veelvuldig om een mening worden gevraagd door allerlei Europese instanties.

De auto-industrie wordt ook geconfronteerd met een groene lobby van milieubewegingen, die soms tamelijk agressief wetgeving in Brussel naar zijn hand probeert te zetten, daarbij gesteund door de Nederlandse overheid die stelselmatig een harde lijn volgt in de EU tegenover de auto-industrie.

Nederland doet daarmee geen recht aan zijn eigen auto-industrie, met inbegrip van enkele belangrijke toeleveranciers van de Europese constructeurs, samen goed voor minstens 100.000 banen. Bovendien is ook in Nederland de auto nog altijd een gewild product dat hoog op veel verlanglijstjes staat.

Ivan Hodac is secretaris-generaal van de European Automobile Manufacturers Association (ACEA) in Brussel.