Stage? Het is werk

Drie maanden verplicht ongeschoold werken dient te worden betaald.

Of kies voor korte stages.

In beginsel verwelkom ik elk initiatief dat beoogt de afstand tussen de jeugd en ‘de samenleving’ te verkleinen. Ook het voorstel van de maatschappelijke stage, waarbij schoolgaande jeugd vrijwilligerswerk verricht, oogt sympathiek. Echter, het voornemen om alle jongeren voor drie maanden verplicht op stage te sturen, is mijns inziens onwenselijk en onrealistisch.

Om te beginnen is het voorstel al gebaseerd op een foute veronderstelling. Het coalitieakkoord suggereert namelijk dat jongeren niet of nauwelijks kennismaken met de samenleving. Dat klopt niet. Veel jongeren hebben tegenwoordig een bijbaan. Daarmee verdienen ze niet alleen geld, maar maken ze ook kennis met de arbeidsmarkt. Bovendien moeten veel mbo- en hbo-studenten sowieso al stage lopen als onderdeel van hun curriculum. Hier gaat het om functionele stages: ze dragen bij aan de beroepsvorming van de studenten.

Los van de noodzaak van de verplichte stage, is de organisatie ervan geen gemakkelijke opgave. Neem nogmaals de stages voor mbo- en hbo-studenten. Afstemming tussen hun opleiding en de stagepraktijk is berucht lastig, net als het organiseren van goede begeleiding vanuit de school en vanuit de stage verlenende organisatie.

De maatschappelijke stage waar het nieuwe kabinet nu werk van wil maken, draait echter niet om beroepsvorming, maar om vrijwilligerswerk. Dat is een vage aanduiding waarmee vaak een groot aantal activiteiten wordt aangeduid. Het maakt nogal wat verschil of het gaat om een uurtje boodschappen doen voor een oudere die slecht ter been is of om ongeschoold werk in een zorginstelling. Als het kabinet spreekt van driemaandse stages, dan denkt het hoogstwaarschijnlijk aan die laatste variant: het wekenlang verrichten van ongeschoold werk in de zorg of voor andere publieke instellingen die daaraan behoefte hebben.

In mijn visie is dat geen vrijwilligerswerk meer, maar werk dat moet worden betaald. Of in elk geval is het werk dat goed moet worden begeleid, net als de beroepsvormende stages.

Het verplichte karakter van de stages vergroot de kans van slagen van dit kabinetsplan niet. Het moeten uitvoeren van ongeschoold werk zal bij de jongeren op grote weerstand stuiten. De ontwikkeling van echte vrijwilligersactiviteiten door jongeren in buurt en dorp, tussen schooluren door, raakt er bovendien door in de knel.

Ook vrees ik dat het voorgenomen beleid zal leiden tot oneigenlijke concurrentie voor de beroepsvormende stages: de beschikbare praktijkplekken moeten nu immers worden gedeeld met tienduizenden scholieren. Ten slotte vormt de verplichte maatschappelijke stage mogelijk een excuus voor scholen om hun onderwijsgevende en vormende activiteiten te verminderen.

Wat er dan wel moet gebeuren? Houd het bij echte maatschappelijke stages: die zijn vrijwillig, kort van duur, nauw verbonden met de behoefte van individuele burgers en vrijwilligersorganisaties in de omgeving. Het verrichten van vrijwilligerswerk moet een plezier blijven. En een eer.

Theo Veld is universitair docent sociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam

Op zoek naar vrijwilligerswerk? Kijk op ikbengeweldig.nl