’s Werelds ‘carry traders’ in paniek door de yen

Goedkoop lenen aan de ene kant van de wereld, om er aan de andere kant lucratief mee te beleggen: de ‘carry trade’ is razend populair op de internationale financiële markten. Maar beleggers hollen nu massaal naar de uitgang.

Stel je hebt een kleine, open economie met de omvang van nog geen kwart van die van Nederland, een vrij zwevende munt en een gapend tekort op de betalingsbalans van bijna tien procent van het bruto binnenlands product. Is het dan te verwachten dat de koers van die munt, in plaats van door de vloer te zakken, met bijna 20 procent apprecieert in een half jaar tijd? Het overkwam Nieuw-Zeeland.

Welkom in de wereld van de carry trade, waar investeerders de wereld afschuimen op zoek naar laagrentende munten om in te lenen, en hoogrenderende munten, aandelen of leningen om het geleende geld in te beleggen. Deze manier van beleggen is altijd al in zwang geweest, maar de laatste decennia heeft hij een hoge vlucht genomen. Dat komt door de versoepeling van het internationale kapitaalverkeer, waardoor een dergelijke handel mogelijk is geworden. Maar het komt zeker ook door het ontstaan van grote renteverschillen tussen de verschillende delen van de wereldeconomie.

In de jaren negentig liet Japan, dat geplaagd werd door deflatie, zijn geldmarktrente zakken tot uiteindelijk nul procent. Een zogenoemde carry trade in yen ontstond: beleggers leenden de Japanse munt voor praktisch niets, wisselden hem in, en kochten elders hoogrentende munten. Sinds ook de VS zijn rente begin deze eeuw kortstondig liet zakken tot 1 procent, en Europa zijn rente verlaagde tot 2 procent, is de carry trade gemeengoed geworden. Niet enkel meer andere munten, maar ook aandelen en staats- of bedrijfsleningen waren het doelwit.

De laatste jaren hebben een normalisering gezien van de Amerikaanse en Europese rentes, maar de yen doet nog steeds, zelfs na een recente renteverhoging, slechts 0,5 procent. De Zwitserse franc, met een rente van 2 procent, is ook een geliefde leenmunt.

Zo gaan carry trades de hele wereld over. Van yen naar de aandelenmarkten in de rest van Azië, van Zwitserse francs naar Hongaars schuldpapier. En van yen naar Nieuw-Zeelandse dollars. Want Nieuw-Zeeland is razend populair bij de handeleren: de rente is er 7,25 procent. Wie een jaar lang yen leent voor 0,5 procent, en daarvoor Nieuw-Zeelandse dollars koopt, vangt een rendement van 6,75 procent. Wie dat doet met slechts een tiende van zijn eigen vermogen, en voor de rest met geleend geld, vangt een veelvoud. En omdat de handel inhoudt dat er yen wordt aangeboden en Nieuw-Zeelandse dollars worden gevraagd, heeft de koers van de eerstgenoemde munt de neiging te verzwakken, en die van de laatste munt juist de neiging om te stijgen. Dat geeft extra opbrengst.

De afgelopen week heeft laten zien wat er gebeurt als het misloopt, en beleggers plotseling wars worden van risico’s: juist veel beurzen, leningen en munten die het doelwit waren van de carry trade zijn fors in waarde gedaald. De Nieuw-Zeelandse dollar moest ruim vier procent terug.

De terugtrekking uit de carry trade leidt tot een exploderende vraag naar yen, om het geleende geld snel terug te betalen – voordat de yen nóg verder stijgt. Tegenover de euro was dat met circa 8 procent. Zo kan de afwikkeling van deze vorm van handel tot een neerwaartse spiraal leiden, net zoals er eerst een spiraal omhoog was. Zeker voor de verre Nieuw-Zeelanders is dat niet te hopen.