Ptahemwia was meer dan een butler

Bij Kairo ontdekten Leidse archeologen het drie millennia oude graf van de ‘schenker des konings’, het hoofd van de huishouding van de beroemde farao Achnaton. De stijl van de reliëfs is uitzonderlijk natuurlijk.

Twee Leidse studenten zitten gehurkt in het zand stukjes schedel te sorteren. Achteloos werpen ze de duizenden jaren oude lichamelijke overschotten in verschillende manden. Het is slechts bijvangst voor de Nederlandse archeologen in Egypte. Bij de nieuwste opgraving van een graftombe telden ze 77 schedels van kinderen. De meeste mummies en bekistingen vielen bij aanraking meteen uit elkaar.

„We weten nog niet precies uit welke periode ze komen, maar ik vermoed enkele honderden jaren na de dood van de grafeigenaar”, verklaart Maarten Raven, leider van het opgravingteam. „De kindersterfte lag toen enorm hoog en de mensen gebruikten gewoon een bestaande ruimte om hun doden te begraven.”

Eind vorige maand werd bekend dat de missie van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden en de Universiteit Leiden een belangwekkende vondst heeft gedaan. De archeologen legden een 3.300 jaar oude graftombe bloot die volgens de inscripties toebehoort aan Ptahemwia, ‘schenker des konings, rein van handen’.

„Hij was, bij wijze van spreken, de butler van de farao, maar daarmee doe ik hem te kort”, zegt Raven, terwijl hij tussen eerdere opgravingen naar de nieuwste vondst loopt. „Hij was per van slot van rekening een zeer belangrijk man aan het hof.” De conservator van de Egyptische collectie van het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden heeft nog geen goede hedendaagse titel voor Ptahemwia. „Hoe noemen we zo’n functie tegenwoordig?”, piekert hij hardop. „Hofmaarschalk? Opperstalmeester? Cateraar?”

De tombe ligt in de woestijn bij Sakkara, ruim dertig kilometer ten zuiden van Kairo, in een gebied waar de Nederlandse archeologen al 33 jaar opgravingwerk verrichten. Na de stichting van de nabijgelegen toenmalige hoofdstad Memphis 3000 v.Chr. door koning Menes, de eerste farao van het verenigde Egypte, heeft het gebied millennialang dienst gedaan als grafveld.

Ptahemwia is van belang omdat hij in dienst stond van Achnaton (1353-1335 v. Chr.), de beroemde farao die de traditionele veelgoderij in de ban deed en slechts een god, de zonneschijf, aanbad. In Egypte wordt hij daarom trots de grondlegger van het monotheïsme genoemd. In feite was Achnatons religieuze revolutie van korte duur. Na zijn dood kwamen de eerdere goden al weer snel terug.

Raven komt woorden te kort als hij de uitgegraven reliëfs toelicht. „Moet je zien wat een rare proporties. Is dat niet ontzettend mooi?”, zegt hij enthousiast. Kenmerkend voor Achnatons bewind was de experimentele en natuurlijke kunststijl, legt Raven uit. Hij wijst op een puntgave voorstelling van apen die fruit eten. „Ik heb dat nog nergens zo levendig afgebeeld gezien.” Op een andere voorstelling staat Ptahemwia. „Hij komt waarschijnlijk net thuis. Kijk, die twee ambtenaren met hangbuikjes en zijn muzikanten wachten hem op en de bediening staat klaar met een handdoek en een pot bier.” Ravens toelichting brengt het reliëf tot leven.

De Egyptische Raad van Oudheden noemt het een van de belangrijkste vondsten in het gebied. Raven: „Ach, laten we het niet mooier maken dan het al is. In feite is het tweede klas vergeleken met onze ontdekking in 2001.” Toen vond zijn team de tombe van Meryneith, de hogepriester ten tijde van Achnaton en diens opvolger Toetanchamon. In diezelfde tombe werd ook nog een schacht naar een veel ouder graf van een onbekende koning uit de tweede dynastie (2800 v. Chr.) ontdekt.

Veel reliëfs ontbreken aan Ptahemwia’s graf. Een deel moet in de negentiende eeuw zijn weggehaald toen met name Europese diplomaten oud-Egyptische objecten verzamelden en verhandelden. Zo kwam ook het Rijksmuseum in Leiden aan zijn Egyptische stukken.

De overgebleven afbeeldingen verschillen sterk in kwaliteit. Sommige zijn haarfijn uitgewerkt, andere zijn grof en onafgemaakt. Raven speculeert dat Ptahemwia voortijdig aan zijn eind zou kunnen zijn gekomen. „Misschien was hij uit de gratie geraakt”, zegt hij met een glimlach.

Op haar knieën trekt een archeologe op transparant plastic een reliëf over. Er is haast bij, want zodra de kalkstenen voorstellingen uit het zand komen en worden blootgesteld aan de zon en de wind, gaat er veel verloren. Een Egyptische werker van de Raad van Oudheden spuit met een injectienaald lijm in de barstjes in de tabletten om afbladdering tegen te gaan. Een ander metselt specie tegen kwetsbare delen van een ander reliëf.

Raven heeft drie weken moeten wachten voordat hij publiekelijk over de vondst mocht praten. De Egyptische Raad van Oudheden schrijft voor dat alleen voorzitter Zahi Hawass de opgravingen wereldkundig maakt. „Daar hebben we ons naar te voegen. Het is per slot van rekening hun land”, zegt Raven gelaten. Buitenlandse opgravingteams moeten op hun woorden letten. Elk jaar moet opnieuw een vergunning worden aangevraagd om te mogen graven. Een keer sprak de Leidse conservator voor zijn beurt. “Toen mochten we bijna niet meer terugkomen.”

Volgend jaar pas zal het expeditieteam de schacht naar de daadwerkelijke grafkamer van Ptahemwia uitgraven. De zeven weken van het jaarlijkse opgravingseizoen zitten er bijna op. De archeologen hebben nog enkele dagen om houten panelen voor de reliëfs te plaatsen en de schacht dicht te metselen om te voorkomen dat iemand hen voorgaat. Raven verwacht geen verrassingen in de grafkamer. Losse stenen rond de schachtopening wijzen erop dat schatrovers al veel eerder zijn langs geweest.