Provinciale identiteit

Morgen zal, afgaande op 1999 en 2003 ongeveer de helft van stemgerechtigd Nederland naar de stembus gaan om het middenbestuur te kiezen. En daarna zal de stilte weer vallen over het minst democratische en minst doeltreffende bestuursorgaan van het Koninkrijk: de provincie. Te veel tijd, te veel geld en te veel mensen, zo vatte onderzoeker Peters de provinciale problematiek samen in haar recente boek Het opgeblazen bestuur. Elke vier jaar treden onbekende provinciale politici de burger tegemoet. Na jaren van anonimiteit laten zij zich dan voorstaan op hun prestaties in de ruimtelijke ordening, het milieu en het leefklimaat.

De werkelijkheid noopt tot bescheidenheid. Provinciale politiek is ambtelijk zelfbestuur in regionaal belangenland, onder het mom van democratie. De publieke sector levert het personeel, de partijen zorgen voor kleurloos evenwicht met afspiegelingscolleges en (zelfs) ‘Staten-akkoorden’. Provinciale politici zijn ambtelijke beroepsbestuurders die een partijloopbaan volgen, van de ene zetel in het openbaar bestuur naar de andere. In Vrij Nederland werd ooit helder beschreven hoe in Arnhem en Eindhoven het politieke kader werd gedomineerd door provincie- en gemeenteambtenaren die elkaars gekozen raden bevolkten. Nederland is weliswaar een rechtsstaat, maar ook een regentenstaat en geen democratie, zoals de politicologen Frissen en Daudt toen opmerkten.

Dat de kiezer zich afkeert van verkiezingen als die van morgen is begrijpelijk. Doordat de Staten dienen als kiescolleges voor de Eerste Kamer wordt de kiezer een ondoorzichtige koppelverkoop voorgeschoteld. Dat verdiept de politieke legitimiteitscrisis. Het gaat morgen vooral om de samenstelling van de senaat, maar ‘eigenlijk’ om een landelijk bevolkingsonderzoek naar de nieuwe coalitie van CDA-PvdA-CU.

Dit politieke alibi verschaft onterechte publicitaire dekking aan een bestuurslaag die op zichzelf een onmisbare rol vervult. Dat kan alleen al worden afgeleid uit die taken die nu worden verwaarloosd. Het ontbreekt de provincies aan bestuurskracht bij gemeentelijke fusies, die jaren op zich laten wachten. De provincie faalt bij de invoering van de zogeheten ecologische hoofdstructuur. Grote vertragingen bij de inrichting van nieuwe natuurterreinen staan inmiddels vast. Aan de verloedering van het landschap door wildgroei van bedrijventerreinen maken provincies geen einde.

Provinciale bestuurders zijn zich bewust van de haast permanente identiteitscrisis: onbekend bij de burger, onbemind door de gemeente, genegeerd door de grotere steden. Zij zoeken een rechtvaardiging door nieuwe taken te verzamelen. Maar ze zouden zich juist veel meer moeten concentreren op hun kerntaken, zodat de burger weet waar hij op stemt. Dat zou tegelijk een eind kunnen maken aan de huidige verkwistingen aan drukwerk, websites en andere propaganda. „De provincie Noord-Holland vindt ontwikkelingssamenwerking een verantwoordelijkheid van iedereen in Nederland en dus ook van de provincie”, meldt de website van het provinciehuis in Haarlem. Elk jaar doneert Noord-Holland zo 4,5 ton aan twaalf ontwikkelingslanden.

Dergelijk hobbyisme, dat voortkomt uit een zeldzame combinatie van zelfgenoegzaamheid en taakonzekerheid, dient te worden beëindigd. Ongeacht de opkomst en de uitslag van morgen.