Open luchtruim met VS is nadelig voor Europa

Vergeet de retoriek over open skies. De jongste overeenkomst om de trans-Atlantische vluchten tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten ‘open’ te gooien, maakt die belofte slechts gedeeltelijk waar. De details zijn nog vaag, maar het lijkt erop dat de EU veel moet opgeven en daar weinig voor terugkrijgt.

In theorie kan een verdrag voordelig zijn voor beide partijen. De nieuwe overeenkomst maakt een eind aan het mysterieuze web van bilaterale verdragen met strikte nationaliteitsbepalingen tussen de Verenigde Staten en individuele Europese staten. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat een Franse luchtvaartmaatschappij eigendom zou kunnen zijn van niet-Franse partijen, zonder afstand te hoeven doen van haar Amerikaanse routes. Dat zou de deur openzetten voor grensoverschrijdende fusies binnen Europa. Bovendien zouden Europese luchtvaartmaatschappijen in staat zijn naar iedere Amerikaanse bestemming te vliegen, en zelfs Amerikaanse luchtreizigers op te pikken om mee te nemen naar andere landen. In ruil daarvoor zouden de VS toegang krijgen tot alle Europese luchthavens, inclusief Heathrow.

Tot zover is alles goed. Het enige probleem is dat de Verenigde Staten nog steeds weigeren de regels te veranderen die het buitenlandse bezit van aandelen met stemrecht in Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen tot 25 procent beperken. Washington houdt ook vast aan het grotendeels overeind houden van het huidige ‘Fly America’-programma, dat Amerikaanse overheidsfunctionarissen verplicht met Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen te vliegen. In ruil daarvoor zouden de VS Europese luchtvaartmaatschappijen toestemming kunnen geven om tot 100 procent van de aandelen zonder stemrecht op te kopen, aldus sommige berichten, maar dat is nauwelijks een grote concessie. Intussen kunnen Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen tot 49 procent van de aandelen met stemrecht in een Europese luchtvaartmaatschappij kopen.

In sommige opzichten is dit een academische discussie. Het is helemaal niet zeker of Europese luchtvaartmaatschappijen hun Amerikaanse concurrenten zouden willen overnemen. Dat zou kunnen verklaren waarom de EU heeft besloten bakzeil te halen op een punt dat voorheen werd beschouwd als een mogelijk breekpunt. Brussel zou na jaren van onderhandelingen ook besloten kunnen hebben dat het onderste uit de kan is gehaald.

Maar dat biedt British Airways weinig troost. De Britse luchtvaartmaatschappij heeft het meest te verliezen bij de nieuwe overeenkomst. Een groot deel van de winst is afkomstig van de Noord-Amerikaanse routes vanaf Heathrow. Het openstellen van Heathrow voor de concurrentie kan de jaaromzet schaden voor een bedrag dat kan oplopen tot 400 miljoen pond (588 miljoen euro), aldus schattingen van Deutsche Bank. Dat doet er voor zijn Europese concurrenten en hun regeringen misschien niet zoveel toe, maar Heathrow is Europa’s sterkste onderhandelingstroef. Brussel lijkt die te makkelijk uit handen te hebben gegeven.

Fiona Maharg-Bravo

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com.Vertaling Menno Grootveld